Advies voor een praktiserende zuster die door haar familie wordt tegengewerkt

Leestijd: 2 min

Vraag van een zuster: 

Ik ben een zuster uit Algerije. Allāh heeft mij begunstigd met het leren kennen van de Salafī manhaj. Ik span mij in om mijn religie te leren in de lessen van de Salafī geleerden in Algerije. Maar mijn hele familie bestaat uit leken, en zij maken het lastig voor mij. Wat adviseert u? En hoe moet ik met hen omgaan?

Antwoord van Shaykh ‘Abdullāh al-Bukhārī: 

Deze weg, dit pad, is niet geplaveid met rozen. Het is niet geplaveid met rozen.

Zoals Waraqah tegen de Boodschapper van Allāh ﷺ zei — zoals overgeleverd in al-Bukhārī en elders:

“Niemand is ooit met iets gekomen zoals waarmee jij bent gekomen, zonder dat hij stuitte op vijandigheid.”

Is dat niet zo?

Maar het is noodzakelijk om geduldig en bedachtzaam te zijn. Verricht veel smeekbeden voor je familie in hun afwezigheid, en vraag Allāh dat Hij hun borst opent voor de waarheid en hun inzicht daarin schenkt.

De smeekbede (du‘ā’) is namelijk een geweldig wapen waar veel mensen achteloos over zijn. Zoek daarom de momenten en tijden waarop de smeekbede wordt verhoord. Smeek Allāh ﷻ met nederigheid om dit doel te verwezenlijken: dat Hij hun harten opent voor de waarheid.

Ten tweede: laat haar geduldig zijn met wat zij van haar familie ondervindt. Vergeld het slechte niet met iets slechts. Allāh, de Verhevene, zegt:

“Weer [het kwade] af met datgene wat beter is. Dan zal degene tussen wie en jou vijandschap bestaat, worden alsof hij een goede vriend is. Maar niemand krijgt dit geschonken behalve degenen die geduldig zijn, en niemand krijgt dit geschonken behalve degene die een groot aandeel (aan het goede) heeft.” (Koran 41:34–35)

Imām Aḥmad werd onder druk gezet, is dat niet zo? Werd hij niet bestreden?

Heeft hij die slechte behandeling met iets slechts beantwoord? Of heeft hij die met de waarheid beantwoord? [Hij zei slechts:]

“O leider van de gelovigen, breng mij een vers uit het Boek van Allāh of een hadith uit de Sunnah van de Boodschapper van Allāh ﷺ, zodat ik daarmee kan spreken.”

Hij ontnam hem niet eens de titel van leider, maar sprak hem aan met: “O leider van de gelovigen”, terwijl die [leider] hem opriep tot de uitspraak van ongeloof: de bewering dat de Koran geschapen is. Hij (Imām Aḥmad) werd gegeseld, geslagen en gemarteld — moge Allāh tevreden met hem zijn.

Als iemand Allāh ongehoorzaam is in zijn (of haar) omgang met jou, wees jij dan gehoorzaam aan Allāh in jouw omgang met hem (of haar).

Geduld is daarom onmisbaar, en de uitkomst van geduld is altijd prijzenswaardig. [Allāh zegt:] 

“Slechts degenen die geduldig zijn zullen hun beloning volledig ontvangen zonder berekening.” (Koran 39:10)


Bron: https://t.me/madinasona/4076 

Tags:
Aantal keer bekeken: 207
Heeft u een fout ontdekt in het artikel? Contacteer ons via contact@islamkennis.nl