De grote geleerde en voormalige moefti van Saudi-Arabië Shaykh ‘Abd al-‘Azīz ibn Bāz (moge Allāh hem genadig zijn) schreef:
Alle lof zij Allāh, en vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allāh, zijn familie, zijn metgezellen en allen die zijn leiding volgen. Voorts:
Ik heb kennisgenomen van hetgeen gepubliceerd werd in de Jordaanse krant Al-Dustour in haar editie van 17/9/1407 H, geschreven door Dr. ‘Alī ‘Abanda, directeur van het Algemeen Meteorologisch Instituut en lid van de tijdregelingscommissie van het Jordaanse Ministerie van Religieuze Zaken. Eveneens van hetgeen gepubliceerd werd in de krant Al-Sharq Al-Awsat op 15/11/1407 H, geschreven door ingenieur Amīn ‘Āmir, en het bericht toegeschreven aan Dr. Rashād Qubayṣ, directeur van het Instituut voor Astronomisch Onderzoek, dat gepubliceerd werd in de Egyptische krant Al-Akhbār op de eerste dag van Ramadān in het jaar 1407 H — moge Allāh ons en hen vergeven — waarin zij stellig beweerden dat astronomische berekeningen moeten worden gehanteerd voor het vaststellen van de maanstanden.
Dr. ‘Alī ‘Abanda beweerde dat wetenschappelijke feiten bevestigen dat het onmogelijk was om de maansikkel van Ramadān op maandagavond 27 april 1987 te zien, waarbij hij stelde dat de maan ongeveer 20 minuten vóór zonsondergang was ondergegaan, op basis van wat hij eerder had vermeld over nauwkeurige astronomische berekeningen en de tabellen van de islamitische Hijri-kalender die door de meeste islamitische landen was goedgekeurd, waaronder Jordanië, zoals hij als laatste had vermeld.
Op basis daarvan vond ik het noodzakelijk om de lezers duidelijk te maken welk groot gevaar er schuilt in deze woorden, en hoe brutaal men omgaat met de godsdienst van Allāh en Zijn boodschapper, en hoe men datgene wat via authentieke overleveringen van de boodschapper van Allāh ﷺ is bevestigd, achteloos terzijde schuift — en hoe men de uitspraken van astronomen en kalendermakers verkiest boven wat het Boek van Allāh en de Soennah van Zijn boodschapper ﷺ hebben aangetoond: namelijk dat het begin en het einde van de maand wordt vastgesteld door het zien van de nieuwe maan, of door het voltooien van de telling (van het aantal dagen van de maand).
Het oordeel van de Profeet ﷺ omvat zijn eigen tijd en alles wat daarna komt tot aan de Dag des Oordeels, omdat Allāh ﷻ hem heeft gezonden naar de gehele wereld met een volmaakte wetgeving die op geen enkele wijze tekortschiet, zoals Hij ﷻ zegt:
الْيَوْمَ أَكْمَلْتُ لَكُمْ دِينَكُمْ وَأَتْمَمْتُ عَلَيْكُمْ نِعْمَتِي وَرَضِيتُ لَكُمُ الإِسْلاَمَ دِينًا
{Op deze dag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt, en Mijn Gunst aan jullie voltooid en de islam voor jullie uitgekozen als godsdienst.} [5:3]
En Allāh ﷻ weet dat astronomen soms in tegenspraak zijn met wat betrouwbare getuigen verklaren omtrent het waarnemen van de maansikkel. Toch heeft Hij ﷻ Zijn dienaren noch in Zijn Boek, noch via de tong van Zijn Boodschapper ﷺ opgedragen te steunen op astronomische berekeningen, noch deze te beschouwen als voorwaarde voor de geldigheid van de waarneming. Wie dat toch doet, stelt zich boven Allāh en Zijn Boodschapper ﷺ en legt de moslims een voorwaarde op die geen grond heeft in de zuivere wetgeving van Allāh — namelijk dat de waarneming niet mag afwijken van wat de astronomen beweren over het niet-geboren zijn van de maansikkel of de onmogelijkheid deze waar te nemen.
De authentieke en veelvuldig overgeleverde overleveringen van de Boodschapper van Allāh ﷺ hebben dit (deze valse voorwaarde) uitdrukkelijk nietig verklaard en bevestigen dat men zich dient te baseren op de waarneming (van de maansikkel) of het voltooien van de telling. En Allāh ﷻ heeft Zijn dienaren bij meningsverschil opgedragen datgene waarover zij van mening verschillen terug te brengen naar Zijn Edele Boek of de Soennah van Zijn Profeet ﷺ, en datgene waarover zij het oneens zijn te onderwerpen aan Zijn oordeel en het oordeel van Zijn Boodschapper ﷺ. Hij ﷻ zegt:
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ أَطِيعُواْ اللّهَ وَأَطِيعُواْ الرَّسُولَ وَأُوْلِي الأَمْرِ مِنكُمْ فَإِن تَنَازَعْتُمْ فِي شَيْءٍ فَرُدُّوهُ إِلَى اللّهِ وَالرَّسُولِ إِن كُنتُمْ تُؤْمِنُونَ بِاللّهِ وَالْيَوْمِ الآخِرِ ذَلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلًا
{O jullie die geloven, gehoorzaam Allāh en gehoorzaam de Boodschapper en degenen onder jullie die gezag hebben. En als jullie over iets van mening verschillen, keer dan ermee terug naar Allāh en de Boodschapper, als jullie in Allāh en de Laatste Dag geloven. Dat is beter en het mooiste in uitkomst.} [4:59]
En Hij ﷻ zegt:
وَمَا اخْتَلَفْتُمْ فِيهِ مِن شَيْءٍ فَحُكْمُهُ إِلَى اللَّهِ
{En over welke zaak jullie ook van mening verschillen — het oordeel daarover behoort toe aan Allāh (alleen).} [42:10]
En Hij ﷻ zegt:
فَلاَ وَرَبِّكَ لاَ يُؤْمِنُونَ حَتَّىَ يُحَكِّمُوكَ فِيمَا شَجَرَ بَيْنَهُمْ ثُمَّ لاَ يَجِدُواْ فِي أَنفُسِهِمْ حَرَجًا مِّمَّا قَضَيْتَ وَيُسَلِّمُواْ تَسْلِيمًا
{Maar nee, bij jouw Heer! Zij geloven niet totdat zij jou (o Moḥammed) als rechter (en oordeler) aanvaarden in alles waarover zij het oneens zijn, en dan in zichzelf geen enkel bezwaar vinden tegen jouw uitspraak en zich daar volledig bij neerleggen.} [4:65]
De overleveringen van de Boodschapper van Allāh ﷺ zijn authentiek wat betreft de verplichting om de waarneming te hanteren bij het vaststellen van de maanstanden, of anders de telling (van het aantal dagen van de maand) te voltooien. Het zijn bekende en veelvuldig overgeleverde overleveringen van de Boodschapper van Allāh ﷺ, terug te vinden in de twee Ṣaḥīḥ-verzamelingen (Al-Bukhārī en Muslim) en andere werken. Zijn oordeel ﷺ is niet beperkt tot zijn eigen tijd alleen, maar omvat zijn tijd én alles wat daarna komt tot aan de Dag des Oordeels, omdat hij de Boodschapper van Allāh is voor iedereen. Allāh ﷻ heeft hem gezonden naar alle mensen en hem opgedragen de mensen te verkondigen wat Hij ﷻ voor hen heeft voorgeschreven betreffende het vaststellen van de maansikkel van Ramadān en andere maanden.
Hij ﷻ is de Kenner van het verborgene van de hemelen en de aarde, en de Kenner van wat na de tijd van de Profeet ﷺ zou komen aan observatoria en dergelijke. En het is niet authentiek overgeleverd van de Boodschapper van Allāh ﷺ dat hij het handelen naar de waarneming heeft gebonden aan de goedkeuring van een observatorium of aan de afwezigheid van tegenspraak met astronomische berekeningen. En niets ontgaat Allāh ﷻ in Zijn kennis, noch op aarde noch in de hemel, noch uit het verleden noch uit wat komen zal tot aan de Dag des Oordeels.
De Profeet ﷺ heeft gezegd: “Wij zijn een ongeletterde gemeenschap, wij schrijven niet en wij rekenen niet. De maand is zo, en zo, en zo” — en hij ﷺ vouwde zijn duim in bij de derde keer — “en de maand is zo, en zo, en zo” — en hij wees met al zijn tien vingers. “Vast dus bij het zien ervan (d.w.z. het zien van de nieuwe maansikkel) en breek het vasten bij het zien ervan; en als het voor jullie verborgen wordt (d.w.z. de maansikkel niet zichtbaar is door bewolking e.d.), reken dan dertig dagen.”[1]
Hiermee leidde hij ﷺ zijn gemeenschap naar het inzicht dat de (islamitische) maand soms negenentwintig dagen telt en soms dertig.
En authentiek is overgeleverd van hem ﷺ dat hij zei: “Begin de maand (Ramadān) niet totdat jullie de maansikkel zien of de telling voltooien (tot dertig dagen), vast (daarna) dan totdat jullie de maansikkel zien (van de maand Shawwāl) of de telling voltooien (tot dertig dagen).”[2]
Hij heeft niet bevolen terug te keren naar astronomische berekeningen, noch toestemming gegeven om de maanden daarmee vast te stellen. Shaykh al-Islām Ibn Taymiyyah — moge Allāh hem genadig zijn — heeft in zijn schrijfwerk die hij over deze kwestie geschreven heeft, zoals terug te vinden is in deel 25 van de verzameling van zijn Fatāwā op pagina 132, de consensus vermeld dat het niet is toegestaan te handelen naar astronomische berekeningen bij het vaststellen van de maanstanden. En hij (Ibn Taymiyyah) — moge Allāh hem genadig zijn — behoort tot de meest geleerde mensen op het gebied van kwesties van consensus en meningsverschil.
En al-Ḥāfiẓ (ibn Ḥajar) heeft in al-Fatḥ, deel 4, pagina 127, van Abū al-Walīd al-Bājī overgeleverd dat de vroegere geleerden (as-salaf) unaniem van mening waren dat astronomische berekeningen niet in aanmerking worden genomen, en dat hun consensus een bindend bewijs is voor degenen die na hen komen. En alle authentieke overleveringen van de Profeet ﷺ wijzen op hetzelfde als waarop de genoemde consensus wijst.
Het is niet mijn bedoeling hiermee het gebruik van observatoria en verrekijkers als hulpmiddel bij het waarnemen van de maansikkel te verbieden. Maar wat ik wel bedoel is het verbod op het volledig steunen daarop, of het maken ervan tot een maatstaf voor de waarneming — zodat de waarneming pas geldig zou zijn als de observatoria bevestigen dat zij correct is of dat de maansikkel geboren is. Dit alles is ongeldig.
En een ieder die kennis heeft over de omstandigheden van de astronomische berekenaars weet hoeveel meningsverschillen er regelmatig onder hen bestaan over het vaststellen van de geboorte van de maansikkel of de ontkenning daarvan, en over de plaatsen waar de maansikkel waarneembaar is of niet.
En zelfs als wij zouden veronderstellen dat zij het op een gegeven moment unaniem eens zijn over de geboorte van de maansikkel of het ontbreken daarvan, dan nog is hun consensus geen bindend bewijs, omdat zij niet onfeilbaar zijn — integendeel, het is mogelijk dat zij allen tegelijk een fout maken. De enige onfeilbare consensus waar men zich op beroept, is de consensus van de vrome voorgangers (salaf) van deze gemeenschap in religieuze kwesties, omdat wanneer zij consensus bereiken, daaronder de overwinnende groepering (aṭ-ṭāʾifah al-manṣūrah) valt waarvan de boodschapper van Allah ﷺ heeft getuigd dat zij op de waarheid zullen blijven tot aan de Dag der Opstanding.
Wat anderen betreft, hun consensus is geen bindend bewijs waarmee de religieuze bewijzen uit het Boek en de Soennah kunnen worden tegengesproken, zoals bekend is uit de werken over de grondbeginselen van de jurisprudentie (uṣūl al-fiqh) en de wetenschap van de hadith-terminologie (muṣṭalaḥ al-ḥadīth).
De waarneming van de maansikkel van Ramadān dit jaar — namelijk het jaar 1407H (1987) — in de nacht van dinsdag is vastgesteld door de Hoge Rechterlijke Raad in het Koninkrijk Saoedi-Arabië in zijn permanente samenstelling. Het is derhalve een wettige waarneming waarop men zich dient te baseren, omdat de waarneming in overeenstemming is met de religieuze bewijzen en omdat wat daarmee in tegenspraak is (de astronomische berekening) ongeldig is. Op grond hiervan is dinsdag de eerste dag van Ramadān, vanwege de eerdergenoemde overleveringen en vanwege de uitspraak van de Profeet ﷺ: “Het vasten is de dag waarop jullie vasten, het verbreken van het vasten is de dag waarop jullie het vasten verbreken, en het Offerfeest is de dag waarop jullie offeren.”[3]
En zelfs als wij veronderstellen dat de moslims een fout hebben gemaakt bij het vaststellen van de maansikkel — bij de aanvang van de maand of het einde ervan — terwijl zij zich daarbij hebben gebaseerd op wat authentiek is overgeleverd van hun Profeet ﷺ, dan is er geen bezwaar tegen hen. Integendeel, zij worden beloond en geprezen vanwege hun vasthouden aan wat Allāh voor hen heeft voorgeschreven en wat authentiek is overgeleverd van hun Profeet ﷺ. Maar als zij dit zouden nalaten vanwege de uitspraak van de berekenaars, terwijl het wettige bewijs voor de waarneming van de maansikkel — bij aanvang van de maand of het einde ervan— is vastgesteld, dan zouden zij zondig zijn en zich blootstellen aan een groot gevaar van de bestraffing van Allāh, vanwege hun handelen wat in tegenstrijd is met wat hun Profeet en leider Moḥammad ibn ‘Abdillāh ﷺ voor hen heeft uitgestippeld. Allāh heeft hier tegen gewaarschuwd middels Zijn woorden:
فَلْيَحْذَرِ الَّذِينَ يُخَالِفُونَ عَنْ أَمْرِهِ أَن تُصِيبَهُمْ فِتْنَةٌ أَوْ يُصِيبَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ
{Laten daarom degenen die zijn bevel (d.w.z. het bevel van de Boodschapper) tegenwerken op hun hoede zijn dat een beproeving (fitnah) hen treft of een pijnlijke bestraffing hen overkomt.} [24:63]
En in Zijn woorden:
وَمَا آتَاكُمُ الرَّسُولُ فَخُذُوهُ وَمَا نَهَاكُمْ عَنْهُ فَانتَهُوا وَاتَّقُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعِقَابِ
{En wat de Boodschapper jullie geeft, neemt dat aan, en wat hij jullie verbiedt, laat dat na. En vreest Allāh — waarlijk, Allāh is streng in de bestraffing.} [59:7]
En in Zijn woorden:
وَمَن يَعْصِ اللّهَ وَرَسُولَهُ وَيَتَعَدَّ حُدُودَهُ يُدْخِلْهُ نَارًا خَالِدًا فِيهَا وَلَهُ عَذَابٌ مُّهِينٌ
{En wie Allāh en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is en Zijn grenzen overschrijdt, hem zal Hij doen binnengaan in een Vuur, waarin hij eeuwig verblijft, en voor hem is er een vernederende bestraffing.} [4:14]
En ik hoop dat wat ik heb uiteengezet voldoende overtuigend is voor degene die de waarheid zoekt en dat het de twijfel wegneemt die door dr. ‘Alī ‘Abdana en anderen is geuit — degenen die steunen op de uitspraken van de berekenaars en de wettige waarneming buiten beschouwing laten. En Allāh ﷻ is het aan Wie wij vragen deze schrijvers en alle moslims te leiden naar alles wat het welzijn van de mensen en de landen dient, en naar het vasthouden aan de zuivere wetgeving van Allāh. En dat Hij ons en alle moslims behoedt voor het kwaad van onze eigen zielen en voor de slechtheid van onze daden, en voor het spreken over Allāh en Zijn Boodschapper ﷺ zonder kennis. Waarlijk, Hij is Degene die daartoe in staat en de Almachtige. En voldoende is Hij voor ons, de Beste aan wie wij onze zaken kunnen toevertrouwen. En moge Allāh Zijn zegeningen en vrede schenken aan Zijn Boodschapper en Vertrouweling, onze Profeet Mohammad, zijn familieleden, zijn metgezellen en iedereen die zijn Soennah hoogacht en zijn leiding volgt tot aan de Dag des Oordeels.[4]”
Voetnoten:
[1] Overgeleverd door Muslim in aṣ-Ṣiyām, hoofdstuk over de verplichting van het vasten van Ramadān bij het zien van de maansikkel, nummer 1796.
[2] Overgeleverd door Aḥmed in Musnad al-Kūfiyyīn, overlevering van een man, nummer 18071, en door an-Nasā’ī in aṣ-Ṣiyām, hoofdstuk over het vermelden van het meningsverschil over Manṣūr, nummer 2097.
[3] Overgeleverd door at-Tirmidhī in aṣ-Ṣawm, hoofdstuk over wat is overgeleverd: “Het vasten is de dag waarop jullie vasten en het verbreken van het vasten is de dag waarop jullie het vasten verbreken”, nummer 697.
[4] Gepubliceerd in Jarīdat al-Madīnah, editie 7410, gedateerd 18/12/1407 H. (Majmū‘ Fatāwā wa Maqālāt ash-Shaykh Ibn Bāz 15/127).
Bron: binbaz.org.sa (Tags: maansikkel, hilal, hilaal, nieuwe maan, ramadan, ramadaan, saudi, saoudi)
