Vraagsteller:
Een moslimbroeder vroeg mij: “Waar is Allāh?” Ik antwoordde: “Boven de hemel.” Toen zei hij: “Wat denk je dan van het vers waarin Allāh zegt: {Zijn Koersī omvat de hemelen en de aarde} (2:255) ?” Daarna noemde hij nog vele andere verzen en zei vervolgens: “Als wij beweren dat Allāh boven de hemel is, dan hebben we Hem daarmee een bepaalde richting toegeschreven.” Wat is uw mening hierover? En behoren zulke vragen tot de zaken waarover we geen vragen mogen stellen?
Antwoord van Shaykh ibn Bāz:
Je hebt het juiste antwoord gegeven, en jouw antwoord is hetzelfde als wat de Profeet (ﷺ) zelf gaf. Allāh ﷻ is boven de hemel, in de verhevenheid (‘oeloeww). Zoals Hij ﷻ zegt:
{Wanen jullie je er veilig voor dat Wie boven de hemel is jullie in de aarde laat wegzinken, waarna ze heen en weer slingert?} {Of wanen jullie je er veilig voor dat Wie boven de hemel is een grindstorm op jullie afstuurt?} (67:16–17)
En Hij ﷻ zegt:
{De Meest Barmhartige; verheven is Hij boven de Troon.} (20:5)
En:
{Voorwaar, jullie Heer is Allāh, Die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep, waarna Hij Zich boven de Troon verhief.} (7:54)
Dus Allāh bevindt Zich boven de Troon (‘Arsh), in de verhevenheid (‘oeloeww), boven al Zijn schepselen. Dit is de overtuiging van alle mensen van kennis onder Ahl as-Soennah. Ahl as-Soennah wal-Djamā‘ah zijn het er unaniem over eens dat Allāh boven de hemel is, boven de Troon, boven de gehele schepping. Dit is overgeleverd van de Boodschapper van Allah ﷺ, van zijn metgezellen en van degenen die hen op goede wijze volgden. Het staat ook in het Boek van Allāh, de Koran.
De Profeet ﷺ vroeg eens aan een jonge slavin, die door haar meester werd gebracht om vrijgelaten te worden: “Waar is Allāh?” Zij antwoordde: “Boven de hemel.” Hij vroeg: “Wie ben ik?” Zij antwoordde: “U bent de Boodschapper van Allāh.” Toen zei hij: “Laat haar vrij, want zij is een gelovige.” (Overgeleverd door Moeslim in zijn Ṣaḥīḥ)
De Profeet ﷺ keurde haar antwoord dus goed — hetzelfde antwoord dat jij gaf. Haar geloof dat Allāh boven de hemel is, wijst op haar oprechte toewijding aan Allāh en haar zuivere aanbidding van Allāh alleen, en het wijst erop dat zij gelooft in Hem en in Zijn verhevenheid boven al Zijn schepselen, en in Zijn Boodschapper Mohammed ﷺ.
Wat betreft het vers: {Zijn Koersī omvat de hemelen en de aarde} (2:255) — dit spreekt het voorgaande niet tegen. De Koersī (voetbank) bevindt zich boven de hemelen, en de Troon (‘Arsh) bevindt zich boven de Koersī. Allāh is boven de Troon, boven al Zijn schepselen. Het toekennen van een richting is niet problematisch als men bedoelt: de richting van verhevenheid (al-‘oeloeww) — dat Allāh in de verhevenheid is.
Sommige rationalisten en innoveerders zaaien twijfel hierover en zeggen dat Allāh zich in geen enkele richting bevindt. Dit vraagt om verduidelijking:
- Als zij bedoelen dat Allāh zich in geen geschapen richting bevindt, noch binnen de hemelen of de aarde, dan is dat juist.
- Maar als zij bedoelen dat Allāh zich niet in de verhevenheid (‘oeloeww) bevindt, dan is dat onjuist. Dat is in strijd met wat het Boek van Allāh, de Soennah van de Profeet ﷺ en de consensus van de vrome voorgangers leren.
De geleerden van de islam zijn het er unaniem over eens dat Allāh zich boven de Troon bevindt, boven de hemel, in de richting van verhevenheid — boven al Zijn schepselen. Zulke vragen zijn geen innovatie en ook niet verboden om te stellen. Integendeel, we zijn verplicht deze kennis te onderwijzen aan de mensen. De Profeet ﷺ stelde zulke vragen ook, zoals: “Waar is Allāh?” En Aboe Razīn vroeg hem: “Waar is onze Heer?” En de Profeet antwoordde dat Allāh in de verhevenheid is.
Allāh bevindt Zich in de verhevenheid — boven de hemelen, boven de Troon, boven al Zijn schepping. Hij is niet op aarde, noch binnenin de aarde of binnenin de hemelen.
Wie beweert dat Allāh op aarde is of overal is — zoals de Djahmiyyah en de Moe‘tazilah en hun soortgelijken — die wordt volgens Ahl as-Soennah wal-Djamā‘ah beschouwd als ongelovige, omdat hij Allāh en Zijn Boodschapper loochent in hun uitspraken dat Allāh zich boven de hemel bevindt, boven de Troon.
Men moet geloven dat Allāh zich boven de Troon bevindt, boven al Zijn schepping, en dat Hij boven de hemel is — dat wil zeggen: in de verhevenheid.
[…]
Jij bent dus, alḥamdoelillāh, op een correcte geloofsovertuiging (‘aqīdah). Wees blij met dit goede nieuws. Prijs Allāh Die jou daartoe heeft geleid. Let niet op de uitspraken van mensen die verwarring zaaien — zij zijn afgedwaald. Jij en degenen die met jou deze geloofsovertuiging delen, zijn op het juiste pad in jullie geloof dat Allāh boven de hemel is, boven de Troon, boven al Zijn schepping. Zijn kennis is overal, maar Hijzelf is verheven en lijkt in niets op Zijn schepping. Hij heeft de Troon of de hemel niet nodig. Hij is onafhankelijk van alles, terwijl de hemelen, de Troon en alle schepselen Hem nodig hebben.
Hij is Degene Die de Troon heeft opgericht, de Koersī heeft geplaatst, de hemelen heeft geschapen en ze in stand houdt, zoals Hij zegt:
{En tot Zijn tekenen behoort dat de hemel en de aarde in stand blijven met Zijn Bevel.} (30:25)
En:
{Voorwaar, Allāh houdt de hemelen en de aarde vast zodat zij niet afwijken (van hun plek).} (35:41)
Allah is Degene Die de hemelen vasthoudt, de Troon vasthoudt en al deze schepselen vasthoudt. Als Hij hen niet zou vasthouden en in stand houden, dan zouden zij op elkaar neerstorten. Maar Hij ﷻ is Degene Die hen heeft opgericht en vasthoudt — tot het moment dat het bevel van de Opstanding komt. En wanneer de Dag des Oordeels aanbreekt, zal hun toestand veranderen.
Waarlijk, Hij ﷻ is tot alles in staat, en Alwetend. Hij is verheven boven al Zijn schepping. Al Zijn Eigenschappen zijn verheven & volmaakt en al Zijn Namen zijn schoon (perfect). Het is verplicht voor mensen van kennis en geloof om Allāh ﷻ te beschrijven zoals Hij Zichzelf beschrijft en zoals Zijn Boodschapper ﷺ Hem heeft beschreven — zonder verdraaiing (taḥrīf), zonder ontkenning (ta‘tīl), zonder te vragen “hoe” (takyīf) en zonder vergelijking (tashbīh). En met het vaste geloof dat:
{Niets is aan Hem gelijk, en Hij is de Alhorende, de Alziende.} (42:11)
Bron: binbaz.org.sa (Tags: uluww, troon, arsh, 3arsh, kursi, Allaah, jahmiyyah, mu’tazilah, mutazilah, ashari, ash3ari, ash’ari, ta’til, ta3til, ta3teel, tatil, tahrif, tahreef, tashbeeh, tashbih, takyif, takyeef, ta’weel, ta’wil, asmaa, sifaat, salafi)
