Een aantal regelgevingen m.b.t. ‘Eid al-Fitr — Shaykh al-‘Uthaymīn

Leestijd: 9 min

Takbīr in de nacht van ‘Eid

Het is aanbevolen om de takbīr te verrichten in de nacht van al-‘Eid, vanaf zonsondergang van de laatste dag van Ramaḍān tot aan het moment dat de imam verschijnt voor het ‘Eid-gebed.
De wijze van de takbīr is dat men zegt: “Allāhu akbar, Allāhu akbar, lā ilāha illa Allāh, wallāhu akbar, Allāhu akbar, wa lillāhi al-ḥamd”, of dat men drie keer de takbīr zegt, namelijk: “Allāhu akbar, Allāhu akbar, Allāhu akbar, lā ilāha illa Allāh, wallāhu akbar, Allāhu akbar, Allāhu akbar, wa lillāhi al-ḥamd”. Dit alles is toegestaan.

Mannen dienen hun stem te verheffen bij het uitspreken van deze dhikr, zowel in de markten als in de moskeeën en thuis. Voor vrouwen geldt dat zij hun stem hierbij niet mogen verheffen.

Oneven aantal dadels eten vóór het ‘Eid-gebed

Voordat iemand naar buiten gaat voor het ‘Eid-gebed, is het aanbevolen om eerst een oneven aantal dadels te eten, omdat de Profeet ﷺ op de dag van ‘Eid al-Fiṭr niet naar buiten ging totdat hij een oneven aantal dadels had gegeten. Je kunt bijvoorbeeld drie, vijf, zeven of negen dadels eten—wat je zelf wilt, zolang het maar een oneven aantal is van minimaal drie. Zoals de Profeet ﷺ deed.

Het dragen van de beste kleding op ‘Eid en regels voor vrouwen

Het is aanbevolen dat men zijn beste kleding aantrekt, en dit geldt voor de mannen.

Wat de vrouw betreft: zij draagt geen mooie of opvallende kleding wanneer zij naar de gebedsplaats van het ‘Eid-gebed wil gaan, vanwege de uitspraak van de Profeet ﷺ: “Laat hen (de vrouwen) tafilāt naar buiten gaan.” Dat wil zeggen: in normale kleding die niet valt onder tabarruj (het ongeoorloofd tonen van schoonheid).

Het is voor de vrouw verboden om naar buiten te gaan in kleding van tabarruj of terwijl zij parfum heeft gebruikt.

Ghusl voor het ‘Eid-gebed en het einde van i‘tikāf

Sommige geleerden vonden het ook aanbevolen dat een persoon de ghusl (grote rituele wassing) verricht voor het ‘Eid-gebed, omdat dit is overgeleverd van sommige van de salaf (vrome voorgangers). Aangezien het ‘Eid-gebed een [gezamenlijk] ‘Eid-gebed is, wordt het verrichten van ghusl ervoor aangeraden—net zoals dat het geval is bij het vrijdaggebed. De reden is dat mensen op beide momenten samenkomen op één plek. Dus als iemand de ghusl verricht (voor het ‘Eid-gebed), dan is dat iets goeds.

De mu‘takif (degene die in i‘tikāf is) en degene die niet in i‘tikāf is, zijn hierin gelijk. Ook de mu‘takif hoort zijn beste kleding te dragen, omdat de i‘tikāf eindigt bij zonsondergang in de nacht van al-‘Eid. De Boodschapper van Allāh ﷺ verrichtte namelijk i‘tikāf in de laatste tien dagen van Ramaḍān, en het is bekend dat wanneer de binnenkomst van de maand Shawwāl bevestigd is, Ramaḍān geëindigd is en daarmee ook de laatste tien dagen zijn afgelopen.

De regelgeving over het ‘Eid-gebed

Op de dag van ‘Eid is er het ‘Eid-gebed. De moslims zijn het er unaniem over eens dat het ‘Eid-gebed wettig is voorgeschreven, maar zij verschilden van mening over de verplichting ervan.
Sommige geleerden zeiden dat het sunnah is, anderen zeiden dat het farḍ kifāyah (een collectieve verplichting) is, en een andere groep zei dat het farḍ ‘ayn (een individuele verplichting) is, en dat degene die het achterwege laat zondigt.

Zij bewezen dit met het feit dat de Profeet ﷺ zelfs de vrouwen opdroeg om naar de gebedsplaats van het ‘Eid te komen — zelfs de vrouwen die normaal gesproken niet naar buiten gaan. Hij beval echter dat de menstruerende vrouwen de gebedsplaats mijden, omdat de menstruerende vrouw niet in de moskee mag verblijven. Het is voor een menstruerende vrouw toegestaan om door de moskee heen te gaan, maar het is haar niet toegestaan om daarin te verblijven.

Volgens mij — op basis van de bewijzen — is de juiste mening dat het ‘Eid-gebed farḍ ‘ayn (een individuele verplichting) is, en dat het verplicht is voor iedere man om het ‘Eid-gebed bij te wonen, behalve voor degene die een geldig excuus heeft.

Wie het ‘Eid-gebed mist en hoe het wordt ingehaald

Als iemand het ‘Eid-gebed mist, moet hij het dan inhalen, of vervalt het voor hem?

Shaykh al-Islām Ibn Taymiyyah (moge Allāh hem genadig zijn) zei dat het farḍ ‘ayn is, en dat wanneer iemand het mist, het voor hem vervalt, omdat het lijkt op het vrijdaggebed. Het vrijdaggebed vervalt namelijk voor degene die het mist. Als het niet zo was geweest dat het vrijdaggebed samenviel met de tijd van het ẓuhr-gebed, dan zouden wij zeggen tegen degene die het vrijdaggebed heeft gemist: bid geen ẓuhr. Maar omdat het vrijdaggebed vervalt, wordt het ẓuhr-gebed verplicht voor hem, omdat het de tijd van ẓuhr is op dat moment.

Wat het ‘Eid-gebed betreft: daarvoor bestaat geen andere verplicht gebed (dat op hetzelfde tijdstip valt) behalve het ‘Eid-gebed zelf — en dat heeft hij gemist.

Sommige geleerden zijn van mening dat wanneer iemand het ‘Eid-gebed mist, het voor hem sunnah is om het in te halen. Dus als je bij het ‘Eid-gebed aankomt terwijl de imam al bezig is met de khuṭbah (preek) — en zoals bekend is de khuṭbah bij ‘Eid ná het gebed — dan bid je het ‘Eid-gebed op dezelfde wijze als de imam het heeft gebeden, dus met de extra takbīrs[1].

Bij het ‘Eid-gebed reciteert de imam in de eerste rak‘ah gewoonlijk Sūrah al-A‘lā en in de tweede Sūrah al-Ghāshiyah, of hij reciteert in de eerste rak‘ah Sūrah Qāf en in de tweede Sūrah al-Qamar. Beide manieren zijn authentiek overgeleverd van de Boodschapper van Allāh ﷺ.

Wanneer ‘Eid en vrijdag op dezelfde dag vallen

Wanneer het gebeurt dat vrijdag (al-jumu‘ah) en ‘Eid op dezelfde dag vallen, dan wordt het ‘Eid-gebed verricht en ook het vrijdaggebed wordt verricht, zoals blijkt uit de uiterlijke betekenis van de overlevering van an-Nu‘mān ibn Bashīr, die door Muslim in zijn Ṣaḥīḥ is overgeleverd. Dus beide gebeden worden verricht: het ‘Eid-gebed en het vrijdaggebed.

Maar wie met de imam het ‘Eid-gebed heeft bijgewoond, die heeft de keuze: als hij wil kan hij ook het vrijdaggebed bijwonen, en als hij wil kan hij in plaats daarvan het ẓuhr-gebed bidden.

Het bidden van twee rak‘ahs bij aankomst in de gebedsplaats van al-‘Eid

Tot de regelgevingen van het ‘Eid-gebed behoort dat volgens veel geleerden: wanneer iemand naar de gebedsplaats (muṣallā) van al-‘Eid komt vóórdat de imam arriveert, hij gaat zitten en geen twee rak‘ahs bidt. Dit omdat de Profeet ﷺ het ‘Eid-gebed als twee rak‘ahs bad en daarvoor noch daarna een gebed verrichtte.

Sommige geleerden zijn echter van mening dat wanneer iemand komt, hij niet gaat zitten totdat hij eerst twee rak‘ahs heeft gebeden. Zij zeiden: omdat de gebedsplaats (muṣallā) van al-‘Eid als een moskee wordt beschouwd. Het bewijs dat het een moskee is, is dat de Profeet ﷺ de menstruerende vrouwen verbood daar te verblijven. Het feit dat de regels van de moskee voor deze plaats gelden, duidt erop dat het een moskee is; anders zouden de bepalingen van de moskee er niet op van toepassing zijn. Op basis hiervan valt dit onder de algemene uitspraak van de Profeet ﷺ: “Wanneer één van jullie de moskee binnengaat, laat hij niet gaan zitten voordat hij eerst twee rak‘ahs heeft gebeden.”

Wat betreft het feit dat de Boodschapper ﷺ vóór het ‘Eid-gebed en erna niet bad: dat komt omdat hij er geen behoefte aan had om het te bidden. Waarom? Omdat wanneer hij aankwam, hij onmiddellijk met het ‘Eid-gebed begon. Het ‘Eid-gebed vervangt in deze situatie dus taḥiyyat al-masjid (de twee rak‘ahs ter begroeting van de moskee), net zoals taḥiyyat al-masjid vervalt bij het verrichten van de andere verplichte gebeden.

Als wij uit deze overlevering zouden concluderen dat de gebedsplaats van al-‘Eid geen taḥiyyat al-masjid heeft, dan zouden wij ook moeten zeggen dat de moskee op vrijdag geen taḥiyyat al-masjid heeft, omdat de Profeet ﷺ, wanneer hij op vrijdag in de moskee kwam, eerst de khuṭbah hield, daarna de twee rak‘ahs (van het vrijdaggebed) bad, en vervolgens vertrok en de rātibah (het vaste sunnah-gebed) van het vrijdaggebed in zijn huis bad. Hij bad dus geen twee rak‘ahs vóór het vrijdaggebed en ook niet erna in de moskee.

Wat voor mij het meest aannemelijk lijkt, is dat men in de gebedsplaats van al-‘Eid wel twee rak‘ahs van taḥiyyat al-masjid bidt. Maar desondanks hoort men elkaar in deze kwestie niet te berispen, omdat het een kwestie van meningsverschil is. Bij meningsverschillen hoort men elkaar niet te veroordelen, behalve wanneer de bewijstekst duidelijk en ondubbelzinnig is; dan moet men het bewijs aan degene die het anders ziet uitleggen.

In deze kwestie is de tekst niet volledig eenduidig. Daarom moet men niet tegen iemand die komt en gaat zitten roepen: “Sta op, ga niet zitten totdat je twee rak‘ahs hebt gebeden.” En ook moet men niet tegen iemand die twee rak‘ahs bidt roepen: “Ga zitten, dit is niet het tijdstip voor gebed” of: “Dit is niet het moment van het gebed.”

Zakāt al-Fiṭr en het tijdstip van uitgeven

Tot de voorschriften van al-‘Eid behoort ook dat op de dag van al-‘Eid Zakāt al-Fiṭr wordt uitgegeven. De Profeet ﷺ beval dat deze wordt uitgegeven vóór het ‘Eid-gebed, of vóórdat de mensen naar het gebed gaan. Eerder is al vermeld dat het toegestaan is om deze één of twee dagen vóór al-‘Eid uit te geven. Maar als iemand het pas ná het ‘Eid-gebed uitgeeft, dan geldt het niet meer als Zakāt al-Fiṭr, vanwege de overlevering van Ibn ‘Abbās (moge Allāh tevreden zijn met hem): “Wie het vóór het gebed geeft, het is een geaccepteerde zakāt, en wie het na het gebed geeft, het is slechts een gewone liefdadigheid.”

Hieruit volgt dat het voor een persoon verboden is om Zakāt al-Fiṭr uit te stellen tot ná het ‘Eid-gebed. Als hij het zonder geldige reden uitstelt tot na het ‘Eid-gebed, dan is het een niet-geaccepteerde zakāt.

Maar als er een geldige reden is — zoals wanneer al-‘Eid aanbreekt terwijl iemand op reis is in een afgelegen gebied en hij niets heeft om te geven, of niemand heeft aan wie hij het kan geven, of hij rekende erop dat zijn familie de zakāt namens hem zou geven terwijl zij erop rekenden dat hij het zelf zou doen — en hij komt daar pas later achter, dan geeft hij het wanneer het voor hem mogelijk wordt, zelfs als dat na het gebed is. In dat geval rust er geen zonde op hem, omdat hij een geldig excuus had.

Verbod op het handen schudden met niet-maḥram vrouwen

Sommigen begaan bij het aanbreken van de maand Ramaḍān een grote fout. Je ziet dat iemand het huis van een familielid binnenkomt waar zich meisjes of vrouwen bevinden die zich hebben opgemaakt, terwijl zij geen maḥram voor hem zijn. Zij ontbloten hun gezichten en steken hun handen uit naar deze man om hem een hand te geven. Dit is verboden, omdat het voor een man niet toegestaan is om een hand te geven aan een vrouw die niet tot zijn maḥrams behoort.

Sommige mensen hebben mij verteld dat men in bepaalde streken gewend is dat een man de dochter van zijn oom (van vaders- of moederskant) of de dochter van zijn tante (van vaders- of moederskant) een hand geeft, en dat als hij dat weigert, zij zich van hem afkeren. Ik zeg: men moet hun duidelijk maken dat dit verboden is, en dat het niet toegestaan is dat een man een vrouw die geen maḥram voor hem is de hand schudt, noch rechtstreeks, noch met een bedekking ertussen.

In zo’n geval, als zij boos op hem worden omdat hij geen hand wil geven aan een vrouw die niet tot zijn maḥrams behoort, dan zijn zij degenen die onrechtvaardig zijn en niet hij. En de verbreking van de familieband komt dan van hun kant, niet van zijn kant.

Toch moet hij tegen hen zeggen: “Als jullie mij niet vertrouwen, dan zijn er geleerden — vraag de geleerden. Als iemand jullie een fatwā geeft dat het toegestaan is voor een man om de dochter van zijn oom of de dochter van zijn tante een hand te geven, dan rust de zonde op degene die die fatwā heeft gegeven. Maar boos worden zonder enige reden, alleen omdat dit jullie gewoonte is, is geen geldig argument. Gewoonten maken het verbodene niet toegestaan en maken niet verplicht wat niet verplicht is.”

Degene die zich beroept op het handelen van zijn vaders en voorouders lijkt op degenen die zeiden: “Voorwaar, wij hebben onze vaderen op een bepaalde godsdienst gevonden, en wij volgen hun sporen.” (43:23)

Geen speciale grafbezoek op de dag van ‘Eid

Ook zijn sommige mensen gewend om op de dag van al-‘Eid naar de begraafplaatsen te gaan om de overledenen te feliciteren. Hebben de overledenen gevast en het nachtgebed verricht (zodat wij hen zouden feliciteren)?! Nee. Dus zij hebben geen felicitatie nodig.

Bovendien is het niet voorgeschreven om specifiek op de dag van ‘Eid, of specifiek op vrijdag, of specifiek op welke andere dag dan ook naar de begraafplaats te gaan. De Profeet ﷺ zei: “Bezoek de graven, want zij herinneren aan het Hiernamaals.”

Als iemand zegt: “Wie een verhard hart heeft en het Hiernamaals is vergeten, zou naar de begraafplaats moeten gaan om eraan herinnerd te worden”, dan is dat een uitspraak die niet ver van de waarheid ligt. Want de Profeet ﷺ gaf als reden voor het bezoeken van de graven dat zij herinneren aan het Hiernamaals. Dus telkens wanneer wij onachtzaam worden over het Hiernamaals, zouden wij de begraafplaatsen kunnen bezoeken. Maar in werkelijkheid heb ik geen geleerde gezien die dit zo heeft gezegd, al zou zo’n opvatting wel een zekere grond kunnen hebben. Maar ik kan hier niet stellig over zijn.

Het bezoeken van de graven is niet specifiek verbonden aan al-‘Eid en ook niet aan vrijdag. Er is zelfs authentiek overgeleverd dat de Profeet ﷺ de begraafplaats ’s nachts bezocht, zoals staat in de overlevering van ‘Ā’ishah in Ṣaḥīḥ Muslim.

Hoe dan ook, deze gewoonte — het specifiek op de dag van al-‘Eid de graven bezoeken — hoort men niet te doen. Waarom? Omdat het bezoeken van de graven een daad van aanbidding is, en aanbidding is alleen in overeenstemming met de sharī‘ah (Islamitische wetgeving) wanneer zij in zes zaken overeenkomt met de sharī‘ah, waaronder de tijd. Was het de gewoonte van de Profeet ﷺ om specifiek op de dag van al-‘Eid de graven te bezoeken? Nee. Daarom hoort men de dag van al-‘Eid niet speciaal uit te zonderen voor het bezoeken van de begraafplaatsen.

Omhelzen en kussen op al-‘Eid

Het omhelzen van mannen onder elkaar (op al-‘Eid) is toegestaan; daar is geen bezwaar tegen.

Wat betreft het kussen van vrouwen (door een man): als de vrouw tot zijn maḥrams behoort, dan is het kussen toegestaan — toch hebben de geleerden het afgekeurd, behalve in bepaalde gevallen: zo mag een man zijn moeder kussen op haar voorhoofd of op haar hoofd, en eveneens mag een vader zijn dochter kussen. Wat andere maḥrams betreft, dan is het beter en veiliger voor een persoon om het kussen op de wang of op de lippen te vermijden.

Via een andere weg terugkeren na het ‘Eid-gebed

Het is voorgeschreven voor degene die naar het ‘Eid-gebed gaat om via één weg te gaan en via een andere weg terug te keren, uit navolging van de Boodschapper van Allāh ﷺ. Deze sunnah geldt niet voor andere gebeden.[2] (Tags: eid, ied, 3eid, 3ied, 3id, al-eid, fitr, fitra, suikerfeest, ramadan, ramadaan)

  1. In de eerste rak‘ah zeg je zeven takbīrs inclusief de openingstakbīr; en in de tweede rak‘ah zeg je vijf takbīrs naast de takbīr van het rechtkomen uit sujūd. []
  2. Bron: Durūs wa Fatāwā al-‘Uthaymīn fī al-Masjid al-Ḥarām (link). []
Tags:
Aantal keer bekeken: 328
Heeft u een fout ontdekt in het artikel? Contacteer ons via contact@islamkennis.nl