De grote geleerde Shaykh Ṣāliḥ al-Fawzān zei in zijn boek “al-Moelakhaṣ al-Fiqhī”:
[Hoofdstuk: de zaken die de wodoe’ ongeldig maken]
Weet, o moslim, dat er voor de wodoe’ zaken zijn die hem verbreken; zodra één daarvan optreedt, verliest de wodoe’ zijn geldigheid en moet hij opnieuw worden verricht wanneer men een handeling wil doen waarvoor wodoe’ voorgeschreven is. Deze zaken die de wodoe’ verbreken worden nawāqid of moebtilāt genoemd—de betekenis is dezelfde. Het zijn door de sharī‘ah vastgestelde oorzaken die de wodoe’ uit zijn beoogde staat halen.
Zij zijn ofwel zelf “gebeurtenissen” (aḥdāth) die de wodoe’ direct ongeldig maken—zoals het urineren, het ontlasten en al het andere dat uit de beide uitscheidingswegen komt—of het zijn oorzaken die vermoedelijk tot zulke gebeurtenissen leiden; wanneer zij zich voordoen, is er een grote kans dat er een ḥadath optreedt (die de wodoe’ verbreekt). Voorbeelden daarvan zijn het wegvallen van het verstand, of het worden bedekt door slaap, flauwvallen of waanzin. Iemand die zijn verstand heeft verloren, merkt immers niet op wat er uit hem komt; daarom wordt deze vermoede oorzaak gelijkgesteld aan het werkelijk plaatsvinden van de ḥadath.
Hier volgt de uiteenzetting in detail:
1. Alles wat uit de uitscheidingsweg komt—dat wil zeggen: uit de opening waardoor urine en ontlasting het lichaam verlaten. Wat daaruit naar buiten treedt kan zijn: urine, sperma of ejaculatievocht (maniyy), voorvocht (madhiyy), bloed van iṣtiḥāḍah (onregelmatig vaginaal bloedverlies), ontlasting of winden.
-
Urine of ontlasting verbreekt de wodoe’ op basis van tekstuele bewijzen en algemene consensus. Allāh zegt over de zaken die wodoe’ verplichten: {… of wanneer iemand van jullie zijn behoefte heeft gedaan..} [5:6].
-
Sperma/ejaculatievocht en voorvocht [1] verbreken de wodoe’ volgens authentieke overleveringen; Ibn al-Moendhir en anderen hebben hierover consensus overgeleverd.
-
Evenzo verbreekt het uittreden van istihāḍah-bloed — dat is ‘bloed van een lichamelijke aandoening’, niet het menstruatiebloed (ḥayḍ) — de wodoe’. Dit blijkt uit het overgeleverde verhaal van Fāṭimah bint Abī Ḥoebaysh, die last had van istihāḍah. De Profeet ﷺ zei tegen haar: “Doe wodoe’ en verricht het gebed, want het is slechts bloed uit een ader.” Dit is overgeleverd door Aboe Dāwoed en ad-Dāraqotnī, die erbij aantekende: “Iedereen in de overleveringsketen is betrouwbaar.”
-
Ook het ontsnappen van winden maakt de wodoe’ ongeldig, volgens authentieke overleveringen én algemene consensus. De Profeet ﷺ zei: “Allāh aanvaardt het gebed van een van jullie niet wanneer hij een ḥadath heeft begaan, totdat hij opnieuw wodoe’ verricht.”
En over iemand die twijfelt of er wind ontsnapt is of niet, zei de Profeet ﷺ: “Laat hij (het gebed) niet verlaten voordat hij een geluid hoort of een geur waarneemt.”
-
Wat het lichaam verlaat buiten de beide uitscheidingswegen – zoals bloed, braaksel of een neusbloeding – is een punt van verschil onder de geleerden: maakt het de wodoe’ ongeldig of niet? Er zijn twee standpunten, en het sterkste oordeel luidt dat het de wodoe’ niet verbreekt; maar uit voorzichtigheid is het beter de wodoe’ toch te vernieuwen om elk meningsverschil te vermijden.
2. Verlies of bedekking van het verstand: Het volledig wegvallen van het verstand kan optreden door waanzin e.d., en de bedekking ervan door slaap, flauwvallen e.d. Wie zijn verstand verliest of zijn verstand bedekt wordt door slaap en dergelijke, verliest zijn wodoe’, omdat dan vermoedelijk een hadath (zoals het laten van een wind) kan optreden zonder dat hij het merkt. Een uitzondering is lichte slaperigheid (sluimer): dat maakt de wodoe’ niet ongeldig, want de metgezellen – moge Allāh tevreden met hen zijn – werden soms door slaperigheid (sluimer) overmand terwijl zij op het gebed wachtten. Alleen een diepe slaap verbreekt de wodoe’; zo worden de verschillende tekstuele bewijzen met elkaar in overeenstemming gebracht.
3. Tot de zaken die de wodoe’ verbreken behoort het eten van kamelenvlees, of het nu weinig is of veel, omdat hierover een authentieke en duidelijke overlevering van de Boodschapper van Allah ﷺ bestaat. Imām Aḥmed (moge Allāh hem genadig zijn) zei: “Hierover zijn twee authentieke ḥadiths van de Boodschapper van Allah ﷺ.”
Het eten van vlees van andere dieren dan de kameel verbreekt de wodoe’ niet.
Er zijn bovendien zaken waarover de geleerden van mening verschillen of zij de wodoe’ ongeldig maken of niet:
-
het aanraken van het geslachtsdeel,
-
het aanraken van een vrouw met begeerte,
-
het wassen van een overledene,
-
en het afvallen van de islam.
Sommige geleerden zeggen dat elk van deze handelingen de wodoe’ verbreekt; anderen zeggen van niet. Het blijft een kwestie van studie en idjtihād. Als iemand uit voorzichtigheid na zulke handelingen opnieuw wodoe’ verricht, dan is dat beter.
Er blijft nog een belangrijke kwestie over die met dit onderwerp samenhangt, namelijk: wat doet iemand die zeker is van zijn reinheid, maar twijfelt of één van de verbrekers ervan heeft plaatsgevonden?
Er is authentiek overgeleverd van Aboe Hoerayrah dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
“Wanneer iemand van jullie iets in zijn buik voelt en niet weet of er iets uit hem is gekomen of niet, laat hij de moskee niet verlaten (om zijn wodoe’ te herhalen) totdat hij een geluid hoort óf een geur waarneemt.” (Moeslim)
Deze nobele ḥadīth en wat er qua betekenis op lijkt, wijzen erop dat wanneer een moslim zeker is van zijn reinheid en twijfelt of die verbroken is, hij blijft uitgaan van reinheid. Want reinheid is de oorspronkelijke toestand, en die is zeker, terwijl het optreden van iets wat de reinheid verbreekt twijfelachtig is. En zekerheid wordt niet opgeheven door twijfel. Dit is een grote, algemene regel in alle zaken: men blijft vasthouden aan de oorspronkelijke toestand totdat men zeker weet dat die veranderd is. Andersom geldt ook: als iemand zeker weet dat hij in staat van onreinheid verkeert en twijfelt of hij wodoe’ heeft verricht, dan moet hij de wodoe’ verrichten, want de oorspronkelijke toestand (rituele onreinheid) blijft van kracht en wordt niet opgeheven door twijfel.
Beste broeder in de islam, wees zorgvuldig in het behouden van rituele reinheid voor het gebed en hecht er veel belang aan, want er is geen geldig gebed zonder reinheid. Je moet ook oppassen voor influisteringen (waswās) en de invloed van de duivel, die je kan doen inbeelden dat je reinheid is verbroken en je in verwarring kan brengen. Zoek daarom toevlucht bij Allāh tegen zijn kwaad en schenk geen aandacht aan zijn influisteringen. Vraag de geleerden om uitleg over alles wat je niet begrijpt rond de regels van reinheid, zodat je helderheid hebt in je zaak. Besteed ook zorg aan het zuiver houden van je kleding van onreinheden (nadjāsah), zodat je gebed correct is en je aanbidding oprecht is; want Allāh ﷻ {houdt van hen die veelvuldig berouw tonen en Hij houdt van hen die zich reinigen.} (2:222)
Moge Allāh ons allen leiden tot profijtvolle kennis en rechtschapen daden.
Bron: Al-Moelakhaṣ al-Fiqhī deel 1 pg 59 (link) (Tags: woedoe, wudu, wodoo, ablutie, wassing, verbrekers, verbreekt, tenietdoeners, verbroken, ongeldig, fawzan, islam, gebed, wassen, fatwa, oordeel, halal, haram, al-mulakhas al-fiqhi, al-mulagas)
