Druk op Ctrl+P om af te drukken
of op te slaan als PDF

Wat zijn de etiquettes van het toiletbezoek?

De grote geleerde Shaykh Ṣāliḥ al-Fawzān zei in zijn boek “al-Moelakhaṣ al-Fiqhī”:

[Hoofdstuk: de etiquette van het toiletbezoek]

Weet – moge Allāh mij, u en alle moslims leiden – dat onze religie volmaakt en compleet is: onze religie heeft niets nagelaten van wat de mensen in hun religie of hun wereldse leven nodig hebben, of het is duidelijk uiteengezet. Daaronder vallen ook de gedragsregels voor het doen van de behoefte, opdat de mens, die Allāh heeft vereerd, zich onderscheidt van de dieren met de eer die Allāh hem heeft geschonken. Onze religie is een religie van reinheid en zuiverheid; daarom zijn er voorgeschreven etiquettes die men in acht neemt bij het binnengaan van het toilet en tijdens het verrichten van de behoefte.

Wanneer een moslim het toilet wil binnengaan – de plaats die bestemd is voor het verrichten van de behoefte – is het aanbevolen (moestaḥabb) om te zeggen:

بِسْمِ ٱللَّـهِ، أَعُوذُ بِٱللَّـهِ مِنَ الخُبْثِ وَالخَبَائِثِ
“Bismillāh, a‘oedhoe billāhi mina-l-khoebthi wa-l-khabā-ith”

(In de naam van Allāh. Ik zoek toevlucht bij Allāh tegen de mannelijke en vrouwelijke duivels.)

Hij stapt met zijn linker­voet naar binnen.

Bij het naar buiten gaan stapt hij eerst met de rechter­voet en zegt dan:

غُفْرَانَكَ، الحَمْدُ لِلَّـهِ الَّذِي أَذْهَبَ عَنِّيَ الأَذَى وَعَافَانِي
Ghofrānak. Al-ḥamdoe lillāhi-lladhī adh-haba ‘annī l-adhā wa ‘āfānī

(Ik vraag Uw vergeving. Alle lof zij Allāh, Die mij verlost heeft van wat schadelijk (onrein) is en mij gezondheid heeft gegeven.)

Dit is omdat de rechterkant gebruikt wordt voor handelingen die eer en verfraaiing betreffen, terwijl de linkerkant gebruikt wordt voor het verwijderen van onreinheid en dergelijke.

En wanneer iemand zijn behoefte wil doen in de open lucht – dus op een plek die niet speciaal als toilet is ingericht – dan is het aanbevolen dat hij zich van de mensen verwijdert, zó dat hij zich op een afgelegen plaats bevindt en zich voor blikken verbergt achter een muur, een boom of iets dergelijks.

Het is verboden om tijdens het verrichten van de behoefte met het gezicht naar de qiblah (de gebedsrichting) te zitten of er juist de rug naar toe te keren; hij dient daarvan weg te draaien, want de Profeet heeft het frontaal óf met de rug naar de qiblah keren bij het ontlasten uitdrukkelijk verboden.

Ook moet hij ervoor waken dat er geen druppels urine op zijn lichaam of kleding spatten; daarom kiest hij voor het urineren bij voorkeur een zachte ondergrond, zodat er niets op hem terugspat.

Het is niet toegestaan zijn geslachtsdeel met de rechterhand aan te raken. Evenmin mag hij zijn behoefte doen op de loop­routes van mensen, in hun schaduwplaatsen (waar zij de schaduw opzoeken) of bij de waterbronnen waar zij water halen, want de Profeet heeft dat verboden omdat het anderen schaadt en hindert.

Hij behoort het toilet niet binnen te gaan met iets waarop de Naam van Allāh of verzen uit de Koran staan. Vreest hij echter dat een voorwerp met de vermelding van Allāh buiten het toilet verloren, beschadigd of ontwijd zou raken, dan mag hij het meenemen, mits hij het bedekt houdt.

Verder past het niet om tijdens het verrichten van de behoefte te spreken; in een overlevering is vermeld dat Allāh een dergelijk gedrag verafschuwt. Het reciteren van Koran is daarbij uitdrukkelijk verboden.

Wanneer hij klaar is met het verrichten van de behoefte, reinigt hij de uitgang door istindjā’ te doen: reiniging met water, of door istidjmār te doen: reiniging met stenen of iets wat dezelfde functie vervult (zoals papier). Het combineren van beide manieren heeft de voorkeur; één van de twee volstaat echter ook.

Istidjmār wordt verricht met stenen of een equivalent daarvan, zoals ruw papier, doekjes e.d. die de opening reinigen en drogen. Daarbij zijn minstens drie reinigende vegen verplicht; en als men meer nodig heeft, veegt men meer [dan drie keer]. Het is verboden istidjmār te doen met botten of met de uitwerpselen van dieren (mest), want de Profeet heeft dit verboden. Men moet alle sporen van de uitwerpselen (of urine) verwijderen en de plek droogmaken, zodat er geen onreinheid (nadjāsah) op het lichaam achterblijft en de onreinheid niet op andere delen van het lichaam of de kleding wordt overgedragen.

Sommige rechtsgeleerden (foeqahā’) hebben gesteld dat istindjā’ of istidjmār een voorwaarde voor de geldigheid van de wodoe’ is; het moet eraan voorafgaan. Als iemand eerst wodoe’ verricht en pas daarna de uitgang reinigt, is zijn wodoe’ volgens hen niet geldig. Zij baseren dit op de authentieke ḥadīth van al-Miqdād:

“Hij wast zijn geslachtsdeel en verricht daarna de wodoe’.”

An-Nawawī zei hierover:

“De soennah is om eerst istindjā’ te doen vóór de wodoe’, zodat men buiten het verschil van mening valt en er zeker van is dat zijn reiniging niet ongeldig wordt.”

O moslim, wees zorgvuldig in het zich vrijwaren van urine; het verwaarlozen daarvan behoort namelijk tot de oorzaken van de bestraffing in het graf. Aboe Hoerayrah (moge Allāh tevreden zijn met hem) verhaalt dat de Boodschapper van Allah zei:

“Bescherm julliezelf tegen urine, want het grootste deel van de bestraffing in het graf komt daaruit voort.” (Overgeleverd door ad-Dāraqoṭnī)

O moslim! Volledige reinheid (ṭahārah) maakt het verrichten van de aanbidding gemakkelijker, ondersteunt het voltooien ervan en helpt om haar voorschriften correct uit te voeren.

Imām Aḥmed (moge Allāh hem genadig zijn) verhaalt van een metgezel van de Profeet dat de Boodschapper van Allah eens het ochtendgebed (Fadjr) met hen verrichtte en daarin Soerah ar-Roem reciteerde; daarbij raakte hij de draad kwijt. Toen hij het gebed had beëindigd, zei hij:

“De Koran (recitatie) wordt voor ons verward, omdat sommigen van jullie die met ons meebidden de wodoe’ niet goed verrichten. Laat daarom wie het gebed met ons wil bijwonen, eerst zijn wodoe’ goed verrichten.”

Allāh heeft de mensen van de moskee van Qobā geprezen met Zijn woorden:

{Daarin bevinden zich mannen die ervan houden zich te reinigen; en Allāh houdt van degenen die zich reinigen.} (9:108)

Toen men hun vroeg wat die reiniging inhield, antwoordden zij:

“Wij laten op het gebruik van stenen water volgen.” — overgeleverd door al-Bazzār.

En er is nog een punt dat onder de aandacht moet worden gebracht: sommige leken denken dat istindjā’ (het reinigen van de uitgang) onderdeel is van de wodoe’. Wanneer zij dus wodoe’ willen verrichten, beginnen zij met istindjā’, zelfs wanneer zij deze reiniging eerder al hebben gedaan na het doen van de behoefte. Dit is een fout, want istindjā’ behoort niet tot de handelingen van de wodoe’; het is slechts een voorwaarde ervoor, zoals eerder uitgelegd. Zijn plaats is ná het beëindigen van de behoefte. Het is dan ook onnodig om het te herhalen zolang er geen aanleiding is – namelijk het verrichten van de behoefte en het verontreinigen van de uitgang.

O moslim! Dit is onze religie: een religie van reinheid, netheid en onberispelijkheid. Zij heeft de beste etiquettes en de nobelste zeden gebracht, omvat alles wat de moslim nodig heeft en wat hem tot voordeel strekt, en heeft niets nagelaten dat in ons belang is. Alle lof en dank komen Allāh toe. Wij vragen Hem om standvastigheid op deze religie, om inzicht in haar voorschriften en om het naleven van haar wetgeving, oprecht omwille van Allāh, zodat onze daden correct en aanvaard zullen zijn.


Bron: Al-Moelakhaṣ al-Fiqhī van Shaykh al-Fawzān, deel 1, blz. 29 (link) (Tags: wc, toilet, toiletteren, istinja, istinjaa, istijmar, istijmaar, manieren, behoefte, urineren, ontlasten, ontlasting, dua, papier, najasah, najaasah, wudu, Wodoe, woedoe, wudoo, al-mulakhas al-fiqhi, al-mulagas)