Druk op Ctrl+P om af te drukken
of op te slaan als PDF

De voorwaarden voor de Hajj en de ‘Umrah


De grote geleerde Shaykh al-‘Uthaymīn zei:

De voorwaarden van de Ḥajj zijn:

  1. Islām
  2. Verstand (‘aql)
  3. Puberteit
  4. Vrijheid
  5. In staat zijn

Met onze uitspraak “Islām” bedoelen we dat de ongelovige geen geldige Ḥajj of ʿUmrah kan verrichten; zijn Ḥajj of ʿUmrah is niet geldig. Dus als een man niet bidt en hij verricht de Ḥajj of ʿUmrah terwijl hij nog steeds niet bidt, dan is zijn Ḥajj ongeldig en wordt die niet van hem geaccepteerd, omdat één van de voorwaarden ervan Islām is.

Maar stel dat een man de Ḥajj verrichtte terwijl hij moslim was, en daarna afvallig werd van de Islām — bijvoorbeeld door het gebed te verlaten, door de spot te drijven met de religie van Allāh, of iets dergelijks — wordt zijn eerdere Ḥajj dan ongeldig of niet? Hierover is er een nadere uitleg:

Als hij terugkeert naar de Islām, dan wordt zijn Ḥajj niet ongeldig. Maar als hij sterft op ongeloof, dan wordt zijn Ḥajj ongeldig. Het bewijs daarvoor is de Uitspraak van Allāh ﷻ:

{En wie van jullie zich van zijn religie afkeert (afvallig wordt) en sterft terwijl hij een ongelovige is — zij zijn degenen van wie de daden vruchteloos zijn geworden in deze wereld en het Hiernamaals. En zij zijn de bewoners van het Vuur; daarin zullen zij eeuwig verblijven.} (2:217)

Zijn Uitspraak ﷻ, “en sterft terwijl hij een ongelovige is,” wijst erop dat als hij na zijn afvalligheid terugkeert naar de Islām, zijn daden niet verloren gaan; integendeel, zij blijven geldig.

Daarom vragen sommige mensen: “Hij heeft de Ḥajj verricht terwijl hij standvastig was op de religie van Allāh. Daarna raakte hij verdorven, stopte met bidden en begon verboden zaken en immorele daden te verrichten. Vervolgens leidde Allāh hem weer naar het rechte pad en werd hij weer praktiserend. Dus hij vraagt: ‘Is mijn eerste Ḥajj ongeldig of niet?’”

Wat is het antwoord hierop? Het is niet ongeldig. Waarom? Omdat hij is teruggekeerd naar de Islām. Het verloren gaan van daden door afvalligheid gebeurt alleen wanneer iemand sterft op zijn afvalligheid — en wij zoeken toevlucht bij Allāh. O Allāh, houd ons standvastig met het standvastige woord. Dit is dus één voorwaarde.

De tweede voorwaarde is: verstand. De krankzinnige is niet verplicht om de Ḥajj te verrichten. Zelfs als men zou aannemen dat een krankzinnige man enorme rijkdommen van zijn vader heeft geërfd, en deze krankzinnige daarna sterft, dan wordt de Ḥajj niet namens hem verricht. Waarom? Omdat de Ḥajj oorspronkelijk niet verplicht voor hem was, aangezien één van de voorwaarden voor de verplichting van de Ḥajj verstandelijke gezondheid is, en deze persoon bezit die niet.

De Zakāh daarentegen blijft verplicht op het bezit van de krankzinnige, omdat Zakāh een recht is dat verbonden is aan het vermogen.

De derde voorwaarde is dat iemand de puberteit heeft bereikt. Wat is het tegenovergestelde van iemand die de puberteit heeft bereikt? Een kind. Een kind is niet verplicht om de Ḥajj te verrichten. De Ḥajj is niet verplicht voor hem, en hij is ook niet verplicht om de Ḥajj af te maken nadat hij eraan begonnen is.

Dus als een kind dat de puberteit nog niet heeft bereikt de iḥrām-toestand voor de ʿUmrah aanneemt, en daarna benauwd raakt door de iḥrām-kleding of door de drukte, en zegt: “Klaar, ik maak het niet af,” is dat toegestaan of niet? Ja, dat is toegestaan. Waarom? Omdat hij de puberteit nog niet heeft bereikt. Dus een kind is niet verplicht om de Ḥajj te verrichten, noch verplicht om het af te maken.

Daarom: als een jongen van veertien jaar overlijdt zonder dat hij de puberteit heeft bereikt — noch door het groeien van schaamhaar, noch door het vrijkomen van sperma (maniyy) — is het dan verplicht om namens hem de Ḥajj te verrichten of niet? Nee, dit is niet verplicht, omdat hij de puberteit nog niet had bereikt.

De vierde voorwaarde is vrijheid, als tegenstelling van slavernij[1] — dus het slaaf zijn. Een slaaf is niet verplicht om de Ḥajj te verrichten, omdat hij eigendom van iemand anders is; hij is zelf bezit en bezit niets.

De vijfde voorwaarde is het in staat zijn: dat iemand lichamelijk en financieel in staat is om de Ḥajj te verrichten. Deze voorwaarde is de belangrijkste van alle voorwaarden. Daarom heeft Allāh die expliciet genoemd in Zijn Boek, in Zijn uitspraak:

{En de plicht rust op de mensen naar Allah toe om de Ḥajj naar het Huis te ondernemen, (voor hen) die in staat zijn daarheen op weg te gaan.} (3:97)

In staat zijn betekent dat men zowel financieel als lichamelijk in staat is.

Degene die lichamelijk niet in staat is om de Ḥajj te verrichten — bijvoorbeeld omdat hij ziek is, oud is, of wanneer hij in een voertuig stapt zo duizelig wordt dat hij pas later weer bijkomt, of iets dergelijks — die is lichamelijk onbekwaam. Hij kan wel geld bezitten, maar hij is niet in staat [de Ḥajj zelf te verrichten].

De geleerden, moge Allāh hen genadig zijn, zeggen: als deze persoon die lichamelijk onbekwaam is om de Ḥajj te verrichten, naar verwachting ook in de toekomst niet meer daartoe in staat zal zijn, dan is hij verplicht — als hij geld bezit — iemand namens hem de Ḥajj te laten verrichten, of iemand aan te wijzen die namens hem de Ḥajj verricht.

Dus: de persoon die onbekwaam is om de Ḥajj te verrichten, terwijl hij wel geld bezit maar zelf niet in staat is en ook niet verwacht wordt dat hij later wel in staat zal zijn, is verplicht om iemand namens hem de Ḥajj te laten verrichten.

Een voorbeeld daarvan is iemand die lijdt aan een ziekte waarvan geen genezing wordt verwacht, terwijl hij wel geld bezit en de verplichte Ḥajj nog niet heeft verricht. Tegen hem zeggen wij: het is verplicht voor jou om iemand aan te wijzen die namens jou de Ḥajj verricht.

Het maakt niet uit of degene die wordt aangewezen een man of een vrouw is. Dus het is toegestaan dat een vrouw de Ḥajj namens een man verricht, en dat een man de Ḥajj namens een vrouw verricht. Het bewijs daarvoor is dat een vrouw naar de Profeet kwam en zei: “O Boodschapper van Allāh, de verplichting van de Ḥajj die Allāh Zijn dienaren heeft opgelegd, heeft mijn vader bereikt terwijl hij een oude man is die niet stevig op een rijdier kan blijven zitten. Mag ik namens hem de Ḥajj verrichten?” Hij antwoordde: “Ja.”

Een oude man die niet stevig op een rijdier kan blijven zitten — is het te verwachten dat hij daar later wél toe in staat zal zijn? Nee, dat wordt niet verwacht. Hij is oud, en zijn onvermogen zal waarschijnlijk niet verdwijnen, want hoe ouder een mens wordt, hoe zwakker hij wordt. En in haar uitspraak: “De verplichting van de Ḥajj die Allāh Zijn dienaren heeft opgelegd, heeft mijn vader bereikt,” zit een bewijs dat de Ḥajj verplicht was voor haar vader. Anders zou de Boodschapper tegen haar hebben gezegd: “Jouw vader heeft geen verplichting tot Ḥajj.”

Als het onvermogen echter naar verwachting zal verdwijnen — zoals wanneer de tijd van de Ḥajj aanbreekt terwijl iemand ziek is met koorts waarvan men verwacht dat hij ervan zal genezen — is hij dan verplicht om iemand namens hem de Ḥajj te laten verrichten? Nee. Het is zelfs niet toegestaan dat hij iemand aanwijst om namens hem de Ḥajj te verrichten. Hij moet wachten totdat Allāh hem genezing schenkt, en vervolgens de Ḥajj zelf verrichten.[2]


[1] Het woord ‘slavernij’ heeft in het Westen een sterk negatieve ondertoon vanwege de historische vormen van onderdrukking, uitbuiting en ontmenselijking waarmee dit begrip doorgaans wordt geassocieerd. De slavernij binnen de islamitische wetgeving verschilt echter wezenlijk van deze historische realiteiten, zowel wat betreft rechten, behandeling als maatschappelijke positie. Naar westerse maatstaven ligt de feitelijke betekenis daarom dichter bij het begrip ‘knecht’ of ‘dienstknecht’ dan bij de moderne connotatie van slavernij. Bovendien moedigde de islam het vrijlaten en vrijkopen van slaven sterk aan, en werden hiervoor verschillende middelen en vormen van beloning vastgesteld.

[2] Bron: audio (Tags: hajj, haj, bedevaart, umrah, umra, omra, omrah, 3omra, 3umra, 7ajj, hadj, pelgrimstocht, ‘umrah)