Druk op Ctrl+P om af te drukken
of op te slaan als PDF

De regels van soedjoed as-sahw (neerknieling voor vergeetachtigheid)

De grote geleerde Shaykh Moḥammed ibn Ṣāliḥ al-‘Oethaymīn schreef:

Soedjoed as-sahw: Dit zijn twee neerknielingen die de biddende persoon verricht om het tekort of de fout in zijn gebed te compenseren als gevolg van vergeetachtigheid.

De oorzaken van deze vergeetachtigheid zijn drie:

  1. Toevoeging (extra handeling),

  2. Weglating (iets vergeten),

  3. Twijfel.

Toevoegingen aan het gebed

Als iemand tijdens zijn gebed opzettelijk een extra staan, zitten, neerbuiging (roekoe‘) of neerknieling (soedjoed) toevoegt, dan is zijn gebed ongeldig.

Maar als hij dat per ongeluk deed en zich pas na afloop van de toevoeging herinnert dat hij iets extra’s heeft gedaan, dan hoeft hij alleen maar soedjoed as-sahw te verrichten (op het einde van zijn gebed) en zijn gebed is geldig.

Als hij zich echter tijdens die toevoeging herinnert dat het een vergissing is, dan moet hij er onmiddellijk mee stoppen en alsnog soedjoed as-sahw verrichten (op het einde van zijn gebed). In dat geval is zijn gebed ook geldig.

Voorbeeld daarvan:

Iemand bidt bijvoorbeeld het ẓohr-gebed en verricht per ongeluk vijf rak‘ahs (gebedseenheden), en hij merkt die extra rak‘ah pas op terwijl hij in de tashahhoed zit. In dat geval maakt hij de tashahhoed af, geeft de taslīm (begroeting aan het einde van het gebed), daarna verricht hij soedjoed as-sahw en geeft opnieuw de taslīm.

Als hij zich de extra rak‘ah pas na de taslīm herinnert, dan verricht hij alsnog soedjoed as-sahw en geeft daarna opnieuw de taslīm.

En als hij zich tijdens de vijfde rak‘ah herinnert dat het een vergissing is, dan gaat hij onmiddellijk zitten, verricht de tashahhoed, geeft de taslīm, verricht soedjoed as-sahw en sluit af met een tweede taslīm.

De taslīm (begroeting) geven vóór het voltooien van het gebed:

De taslīm vóór het beëindigen van het gebed wordt beschouwd als een toevoeging aan het gebed. Als iemand opzettelijk de taslīm geeft vóór hij zijn gebed voltooid heeft, dan is zijn gebed ongeldig.

Maar als hij dat uit vergeetachtigheid doet en zich pas na lange tijd herinnert dat hij het gebed niet had afgemaakt, dan moet hij het gebed opnieuw verrichten.

Als hij zich echter na korte tijd herinnert — bijvoorbeeld na twee of drie minuten — dan maakt hij het gebed af (d.w.z. hij bidt de rak‘ahs die nog ontbreken), geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door nogmaals de taslīm.

Als de imam de taslīm geeft vóórdat hij zijn gebed volledig heeft voltooid, en er zijn volgelingen (ma’moemīn) die een deel van het gebed gemist hadden (omdat ze laat zijn toegekomen) en dus opstaan om in te halen wat ze gemist hebben, en dan herinnert de imam zich dat er iets ontbreekt in zijn gebed en staat op om dit te voltooien, dan hebben de volgelingen twee opties:

  1. Ofwel ze gaan verder met het inhalen van wat ze gemist hebben, en verrichten daarna soedjoed as-sahw.

  2. Ofwel ze gaan terug met de imam mee en volgen hem opnieuw. Wanneer hij dan de taslīm geeft, halen zij daarna alsnog in wat ze gemist hadden, en verrichten ze soedjoed as-sahw na de taslīm. Deze tweede optie is beter en voorzichtiger.

Weglatingen in het gebed

A. Het weglaten van een roekn (een pilaar):

Als de biddende persoon een roekn (pilaar) van het gebed weglaat, dan gelden de volgende regels:

  • Als het gaat om takbīrat al-iḥrām (de openings-takbīr waarmee het gebed wordt gestart), dan is zijn gebed ongeldig, of hij dit nu opzettelijk of per ongeluk heeft weggelaten, omdat het gebed nooit is begonnen.

  • Als het om een ander roekn dan de takbīrat al-iḥrām gaat en hij laat het opzettelijk weg, dan is zijn gebed ongeldig. Als hij het per ongeluk weglaat, dan:

    • Als hij dit pas merkt nadat hij dezelfde pilaar in de volgende rak‘ah heeft bereikt, dan telt die vorige rak‘ah niet meer mee, en de volgende rak‘ah neemt haar plaats in.

    • Als hij nog niet bij diezelfde pilaar in de volgende rak‘ah is aangekomen, dan moet hij teruggaan naar de vergeten pilaar (van die vorige rak‘ah), het verrichten en daarna vervolgen met de rest van het gebed.

    • In beide gevallen moet hij na afloop van het gebed soedjoed as-sahw verrichten, na de taslīm.

Voorbeeld hiervan:

Een persoon vergat de tweede neerknieling (soedjoed) van de eerste rak‘ah, en hij herinnerde zich dat terwijl hij tussen de twee neerknielingen van de tweede rak‘ah zat. In dat geval telt de eerste rak‘ah niet mee, en de tweede rak‘ah neemt haar plaats in. Hij beschouwt dus de tweede rak‘ah als zijn eerste, maakt zo zijn gebed af, geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door nogmaals de taslīm.

Een ander voorbeeld:

Iemand vergat de tweede neerknieling én het zitten ervoor in de eerste rak‘ah, en hij herinnerde zich dat nadat hij was opgestaan uit de roekoe‘ (neerbuiging) van de tweede rak‘ah. In dat geval keert hij terug, gaat zitten en verricht de vergeten neerknieling, daarna maakt hij zijn gebed verder af, geeft de taslīm, en verricht vervolgens soedjoed as-sahw, gevolgd door een tweede taslīm.

B. Het weglaten van een wādjib (verplichte handeling die geen pilaar is) in het gebed:
  • Als de biddende persoon opzettelijk een wādjib van het gebed weglaat, dan is zijn gebed ongeldig.

  • Als hij het uit vergeetachtigheid weglaat, dan gelden de volgende regels:

    • Als hij zich herinnert terwijl hij zich nog op dezelfde plaats bevindt waar die wādjib gedaan moest worden, dan verricht hij die alsnog en er is niets op tegen.

    • Als hij zich herinnert nadat hij die plaats heeft verlaten, maar voordat hij bij de volgende roekn (pilaar) aankomt, dan keert hij terug, verricht de wādjib alsnog, maakt zijn gebed af, geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door nogmaals de taslīm.

    • Als hij zich pas herinnert nadat hij al bij het volgende roekn (pilaar) is aangekomen, dan hoeft hij niet terug te keren, maar gaat verder met zijn gebed en verricht soedjoed as-sahw vóór de taslīm.

Voorbeeld hiervan:

Een persoon komt omhoog na de tweede neerknieling in de tweede rak‘ah om naar de derde rak‘ah te gaan, maar vergeet het neerzitten voor de eerste (middelste) tashahhoed:

  • Als hij zich herinnert vóórdat hij is begonnen met opstaan, dan blijft hij zitten, verricht de tashahhoed, en vervolgt zijn gebed zonder iets te moeten compenseren.

  • Als hij zich herinnert nadat hij is begonnen op te staan, maar nog niet volledig rechtop staat, dan keert hij terug naar de zitpositie, verricht de tashahhoed, voltooit zijn gebed, geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door nogmaals de taslīm.

  • Als hij zich pas herinnert nadat hij volledig is recht gaan staan, dan vervalt de tashahhoed en keert hij er niet naar terug. Hij maakt zijn gebed af, en verricht soedjoed as-sahw vóór de taslīm.

Twijfel in het gebed

Twijfel (shakk) betekent: het aarzelen tussen twee mogelijkheden en niet zeker weten welke van de twee daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. In de aanbiddingen (zoals het gebed) wordt geen aandacht geschonken aan twijfel in de volgende drie gevallen:

  1. Wanneer het slechts verbeelding is zonder enige werkelijkheid — zoals dwangmatige gedachten en influisteringen (waswās).

  2. Wanneer twijfel bij iemand veel voorkomt, zodanig dat hij bij bijna elke aanbidding twijfelt — in dat geval wordt zijn twijfel genegeerd.

  3. Wanneer de twijfel pas opkomt ná het voltooien van de aanbidding, dan wordt er geen rekening mee gehouden, tenzij hij er met zekerheid van overtuigd is dat er iets fout is gegaan. In dat geval handelt hij volgens wat hij met zekerheid weet.

    Voorbeeld hiervan: Een persoon heeft het ẓohr-gebed gebeden, en nadat hij klaar is met zijn gebed, twijfelt hij of hij drie of vier rak‘ahs heeft gebeden. In dit geval schenkt hij geen aandacht aan deze twijfel, tenzij hij met zekerheid weet dat hij slechts drie rak‘ahs heeft verricht. Als hij daar zeker van is, en de tijd sinds het einde van het gebed is kort gebleven, dan maakt hij zijn gebed af, geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door opnieuw de taslīm. Maar als hij zich dat pas na lange tijd herinnert, dan moet hij het gebed helemaal opnieuw verrichten.

Wat betreft twijfel buiten deze drie genoemde situaties, die wordt wél in overweging genomen (en er moet volgens de hierop volgende regels mee worden omgegaan).

Twijfel in het gebed kent twee situaties:

Situatie 1: Dat één van de twee mogelijkheden de overhand krijgt (d.w.z. men heeft een overwegend vermoeden dat het één van de twee mogelijkheden is). In dat geval handelt men volgens het overwegend vermoeden, maakt het gebed af, geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door nogmaals de taslīm.

→ Voorbeeld: Iemand is bezig met het ẓohr-gebed en twijfelt of hij in de tweede of derde rak‘ah is, maar hij heeft een overwegend vermoeden dat het de derde rak‘ah is. Hij beschouwt het dus als de derde rak‘ah, verricht daarna nog één rak‘ah, geeft de taslīm, en verricht soedjoed as-sahw, gevolgd door opnieuw de taslīm.

Situatie 2: Dat geen van de twee mogelijkheden de overhand krijgt (dus echte twijfel zonder neiging naar één van beide). In dat geval handelt men volgens wat zeker is, en dat is het lagere aantal. Hij maakt het gebed af en verricht soedjoed as-sahw vóór de taslīm, gevolgd door de taslīm.

→ Voorbeeld: Iemand is bezig met het ‘aṣr-gebed en twijfelt of hij in de tweede of derde rak‘ah is, en hij weet het echt niet. In dat geval neemt hij aan dat het de tweede is, verricht de eerste tashahhoed, daarna nog twee rak‘ahs, verricht soedjoed as-sahw vóór de taslīm, en sluit af met de taslīm.

Een voorbeeld van twijfel in het gebed:

Als iemand als laatkomer de moskee binnenkomt terwijl de imam in roekoe‘ (neerbuiging) is, dan zegt hij (de laatkomer) de takbīrat al-iḥrām (de openings-takbīr) terwijl hij rechtop staat, vervolgens verricht hij de roekoe‘. In dit geval zijn er drie mogelijke situaties:

Situatie 1: Hij is zeker dat hij de imam in de roekoe‘ heeft gehaald vóórdat de imam omhoog kwam. → In dat geval heeft hij de rak‘ah gehaald, en vervalt voor hem het reciteren van al-Fātiḥa.

Situatie 2: Hij is zeker dat de imam al omhoog is gekomen uit de roekoe‘ voordat hij (de laatkomer) in roekoe‘ kwam. → In dat geval heeft hij de rak‘ah niet gehaald.

Situatie 3: Dat hij twijfelt of hij de imam nog in de roekoe‘ heeft bereikt (en daarmee de rak‘ah heeft gehaald), of dat de imam al uit de roekoe‘ is gekomen voordat hij hem bereikte, waardoor hij de rak‘ah gemist heeft.

  • Als één van beide mogelijkheden de overhand heeft (bijvoorbeeld hij denkt dat hij hem hoogst waarschijnlijk nog gehaald heeft), dan handelt hij volgens wat de overhand heeft, maakt zijn gebed af, geeft de taslīm, en verricht daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door nogmaals de taslīm. Behalve als hij niets van het gebed heeft gemist, dan is er geen soedjoed as-sahw vereist.
  • Als geen van beide mogelijkheden de overhand heeft en hij echte twijfel heeft, dan handelt hij volgens het zekere, namelijk dat hij de rak‘ah heeft gemist. → Hij maakt zijn gebed af, verricht soedjoed as-sahw vóór de taslīm, en sluit af met de taslīm.
Profijt (fā’idah):

Als iemand tijdens zijn gebed twijfelt en vervolgens handelt volgens het zekere of volgens wat hem het meest waarschijnlijk lijkt — zoals eerder uitgelegd — en daarna blijkt dat wat hij gedaan heeft overeenkomt met de werkelijkheid, en dat er geen toevoeging of tekort in zijn gebed was, dan vervalt soedjoed as-sahw volgens de bekendste mening binnen de madhhab, omdat de reden voor de neerknieling— namelijk twijfel — is weggevallen. Er is echter ook gezegd: soedjoed as-sahw vervalt niet, zodat men daarmee de satan vernedert, op basis van de uitspraak van de Profeet ﷺ: “En als hij het gebed volledig had verricht, dan zijn de twee neerknielingen (van as-sahw) een vernedering voor de satan.” Ook omdat hij een deel van zijn gebed uitvoerde terwijl hij daar op dat moment over twijfelde. En dit [laatste] is de sterkste mening.

→ Voorbeeld hiervan: Een persoon is aan het bidden en twijfelt of hij zich in de tweede of derde rak‘ah bevindt, en geen van beide mogelijkheden krijgt de overhand. Hij beschouwt het dus als de tweede rak‘ah en maakt daarop zijn gebed af. Later blijkt dat het inderdaad de tweede rak‘ah was. Volgens de bekendste mening binnen de madhhab hoeft hij geen soedjoed as-sahw te verrichten. Volgens de tweede mening, die wij als het sterkst hebben aangeduid, moet hij soedjoed as-sahw vóór de taslīm verrichten.

Soedjoed as-sahw voor de ma’moem (volgeling van de imam)

Als de imam een fout maakt in het gebed, dan is het verplicht voor de ma’moem (volgeling van de imam) om hem te volgen in het verrichten van soedjoed as-sahw, op basis van de woorden van de Profeet : “De imam is slechts aangesteld om gevolgd te worden, dus wees niet anders dan hij… en wanneer hij de neerknieling verricht, verricht dan ook de neerknieling.” (al-Boekhārī en Moeslim)

Dit geldt zowel wanneer de imam vóór de taslīm als wanneer hij ná de taslīm soedjoed as-sahw verricht — de ma’moem moet hem in beide gevallen volgen.

Uitzondering:

Als de ma’moem een masboeq (laatkomer) is — dat wil zeggen: hij is te laat gekomen en heeft een deel van het gebed gemist — dan volgt hij de imam niet in zijn soedjoed as-sahw de taslīm, omdat hij niet samen met de imam kan afsluiten. In dat geval maakt hij eerst af wat hij heeft gemist, geeft hij zelf de taslīm, verricht hij soedjoed as-sahw, en sluit hij daarna af met een tweede taslīm.

Voorbeeld hiervan: Een man komt binnen en sluit zich aan bij de imam in de laatste rak‘ah, en de imam moet na het gebed soedjoed as-sahw na de taslīm verrichten. Wanneer de imam de taslīm geeft, dan staat deze laatkomer (masboeq) op om in te halen wat hij gemist heeft, en hij dus doet niet mee met de imam in zijn soedjoed as-sahw (na de taslīm). Pas nadat hij zijn gemiste gebedsdelen heeft ingehaald en zelf de taslīm heeft gegeven, verricht hij soedjoed as-sahw, gevolgd door opnieuw de taslīm.

Als de ma’moem (volgeling) een fout maakt in het gebed, maar de imam niet, en de ma’moem heeft niets van het gebed gemist, → dan verricht hij géén soedjoed as-sahw, omdat dat zou leiden tot afwijking van de imam en de volgzaamheid verstoort. Bewijs: De metgezellen verlieten het neerzitten voor de eerste tashahhoed toen de Profeet die vergat, en zij gingen niet zelf zitten maar stonden met hem op, uit respect voor de regel om de imam te volgen en niet van hem af te wijken.

Maar als de ma’moem een deel van het gebed heeft gemist (omdat hij is een laatkomer is), en hij maakt een fout — ófwel tijdens het deel dat hij samen met de imam bad, ófwel tijdens het deel dat hij alleen inhaalt ná de imam, → dan moet hij wél soedjoed as-sahw verrichten, vóór de taslīm of ná de taslīm, afhankelijk van het soort fout, zoals eerder uitgelegd.

Voorbeeld 1: Een ma’moem vergeet om in de roekoe‘ te zeggen: “Soebḥāna Rabbiyal-‘Aẓīm”, terwijl hij niets van het gebed heeft gemist. In dat geval hoeft hij geen soedjoed as-sahw te verrichten. Maar als hij één of meerdere rak‘ahs heeft gemist, dan maakt hij deze eerst af, en verricht daarna soedjoed as-sahw vóór de taslīm.

Voorbeeld 2: Een ma’moem bidt het ẓohr-gebed met de imam. Wanneer de imam opstaat naar de vierde rak‘ah, blijft de ma’moem zitten, in de veronderstelling dat dit de laatste rak‘ah was. Wanneer hij vervolgens merkt dat de imam doorgaat, staat hij op om hem te volgen. Als hij niets van het gebed heeft gemist, dan hoeft hij geen soedjoed as-sahw te verrichten. Maar als hij één of meer rak‘ahs heeft gemist, dan haalt hij die eerst in, geeft hij de taslīm, en verricht hij daarna soedjoed as-sahw, gevolgd door opnieuw de taslīm. Deze soedjoed as-sahw is vanwege het extra zitten dat hij deed, terwijl de imam al opstond naar de vierde rakʿah.

Samenvatting

Uit wat voorafging, blijkt dat soedjoed as-sahw soms vóór de taslīm verricht wordt, en soms ná de taslīm.

📌Soedjoed as-sahw vóór de taslīm wordt verricht in twee gevallen:
  1. Bij een tekort (naqs) in het gebed: op basis van de hadith van ‘Abdoellāh ibn Boeḥaynah, waarin wordt vermeld dat de Profeet ﷺ soedjoed as-sahw vóór de taslīm verrichtte toen hij de eerste tashahhoed vergat.

  2. Bij twijfel waarin geen van beide opties de overhand krijgt: op basis van de hadith van Aboe Sa‘īd al-Khoedrī over iemand die twijfelt of hij drie of vier rak‘ahs heeft gebeden. De Profeet beval hem toen om te handelen volgens wat zeker is (het lagere aantal) en om twee neerknielingen te verrichten vóór de taslīm.
📌Soedjoed as-sahw ná de taslīm wordt verricht in twee gevallen:
  1. Bij een toevoeging (zīyādah) in het gebed: op basis van de hadith van ‘Abdoellāh ibn Mas‘oed, toen de Profeet het ẓohr-gebed vijf rak‘ahs bad en men hem daar na de taslīm aan herinnerde. Hij verrichtte toen twee neerknielingen na de taslīm, en het werd niet vermeld dat dit kwam omdat hij pas later op de fout werd gewezen, wat erop duidt dat in het algemeen bij een toevoeging de soedjoed na de taslīm plaatsvindt, ongeacht of de fout voor of na de taslīm ontdekt wordt.

    Een voorbeeld hiervan: als iemand uit vergeetachtigheid vóór het voltooien van zijn gebed de taslīm geeft, en zich dat daarna herinnert en het gebed afmaakt, dan heeft hij een extra taslīm binnen zijn gebed toegevoegd. Daarom verricht hij soedjoed as-sahw na de taslīm, zoals in de hadith van Aboe Hoerayrah, waarin de Profeet ﷺ in het ẓohr- of ‘asr-gebed na twee rak‘ahs de taslīm gaf, daarna zijn gebed afmaakte, opnieuw de taslīm gaf, en vervolgens soedjoed as-sahw verrichtte en weer de taslīm gaf. 
     
  2. Bij twijfel waarin één van de twee mogelijkheden sterker lijkt (en waarbij men dus handelt op basis van het overwegend vermoeden): op basis van de hadith van ibn Mas‘oed, waarin de Profeet ﷺ de persoon die twijfelt in zijn gebed opdraagt om zijn best te doen om tot de juiste conclusie te komen, daarop zijn gebed te voltooien, de taslīm te geven, en vervolgens soejoed as-sahw te verrichten.
📌 Als iemand twee fouten maakt, waarvan:

de ene vereist dat de soedjoed vóór de taslīm plaatsvindt, en de andere vereist dat die ná de taslīm plaatsvindt, dan hebben de geleerden gezegd: men geeft voorrang aan de soedjoed vóór de taslīm.

Voorbeeld: Een persoon is het ẓuhr-gebed aan het bidden. Hij staat op naar de derde rak‘ah zonder te zitten voor de eerste tashahhoed, en blijft vervolgens in de derde rak‘ah neerzitten, in de veronderstelling dat het de tweede is. Wanneer hij zich herinnert dat het de derde rak‘ah is, staat hij op, verricht nog een vierde rak‘ah, verricht soedjoed as-sahw, en geeft daarna de taslīm. In dit geval heeft hij:
– de eerste tashahhoed overgeslagen → dit vereist soedjoed vóór de taslīm,
– én extra gezeten in de derde rak‘ah → dit vereist soedjoed ná de taslīm.
→ In zo’n situatie wordt voorrang gegeven aan de soedjoed vóór de taslīm, dus verricht hij de soedjoed vóór de taslīm.

En Allāh weet het best.


Bron: Risālah fī soedjoed as-sahw — Shaykh al-‘Oethaymīn (link)

Opmerking vertaler: Als een moslim moeite heeft om te onthouden in welke gevallen de soedjoed as-sahw vóór de taslīm verricht wordt en in welke gevallen ná de taslīm, dan is het goed om te weten dat de geleerden hebben vermeld dat het in alle situaties (die vermeld zijn in dit artikel) geen probleem is om soedjoed as-sahw vóór of ná de taslīm te verrichten. De nobele geleerde Shaykh ‘Arafāt ibn Ḥasan zei: “De auteur (Shaykh as-Sa‘dī) zegt dat de kwestie van Soedjoed as-Sahw een ruime kwestie is. Als hij het vóór de taslīm wil verrichten, dan mag hij dat doen, hetzij in geval van weglating, toevoeging, twijfel, handelen op basis van zekerheid, of handelen op basis van het overwegend vermoeden, het maakt niet uit, je mag vóór of ná de taslīm neerknielen. Een groep geleerden heeft consensus hierover overgeleverd. Ze zeiden dat het meningsverschil alleen gaat over wat beter is, niet dat ze verschillen over dat het verplicht is vóór of ná de taslīm. Het maakt dus niet uit of je vóór of ná de taslīm neerknielt, het is een ruime kwestie. Maar ze verschilden van mening over wat beter is.” (Bron)

(Tags: sujud, soejoed, sujood, sajdah, sajdahs, ruku, rukoo, roekoe, neerknieling, nederwerping, rak3ah, rak’ah, rakah, neerbuiging, nederwerping, prostratie, vergeten, vergeetachtigheid, fout, fouten, gebed, vergissing, vergissingen, rukn, wajib, pilaren, verplichtingen, sahw, al-sahw, imam, ma’mum, fatwa, oordeel, uthaymin, uthaymeen)