Ibn ‘Abbās zei:
«Ik kwam tot de Boodschapper van Allāh (ﷺ) [terwijl hij aan het einde van de nacht aan het bidden was]. Ik bad achter hem. Hij pakte mijn hand, trok mij naar voren en zette mij naast hem. Toen de Boodschapper van Allāh zich weer volledig op zijn gebed richtte, ging ik een beetje achteruit.
De Boodschapper van Allāh (ﷺ) voltooide zijn gebed. Toen hij klaar was, zei hij tegen mij: “Wat is er met jou dat ik je naast mij zet, en jij dan achteruit gaat?!”
Ik zei: “O Boodschapper van Allāh! Zou iemand naast u moeten bidden (op gelijke hoogte), terwijl u de Boodschapper van Allāh bent, aan wie Allāh [deze status] heeft gegeven?” Hij vond dit mooi, en hij smeekte Allāh voor mij dat Hij mij meer kennis en begrip zou geven.»
Aḥmed voegde toe: Hij (ibn ‘Abbās) zei: «Daarna zag ik dat de Boodschapper van Allāh (ﷺ) sliep totdat ik hem hevig hoorde ademen (tijdens de slaap). Toen kwam Bilāl naar hem en zei: “O Boodschapper van Allāh! Het gebed.” Hij stond op en bad, zonder zijn wudū’ opnieuw te doen.»
[Al-Ḥākim zei: “Ṣaḥīḥ volgens de voorwaarden van de twee shaykhs (al-Bukhārī & Muslim).” Adh-Dhahabī stemde met hem in, en Shaykh al-Albānī zei: “Het is (Ṣaḥīḥ) zoals beiden hebben gezegd.”]
Shaykh Moḥammed Nāṣir ad-Dīn al-Albānī zei als commentaar hierop:
Hierin zit een belangrijke fiqh-gerelateerde profijt, die in veel fiqh-boeken niet voorkomt – en in sommige staat zelfs het tegenovergestelde. Dit profijt is: dat de sunnah is dat degene die met de imam bidt, rechts van hem staat en naast hem (op gelijke hoogte), zonder vóór hem te staan en zonder achter hem te blijven.
Dit is in tegenstelling tot wat in sommige madhhabs (wetscholen) wordt vermeld, namelijk dat de biddende persoon (die de imam volgt) een klein beetje achter de imam moet staan, zodat zijn tenen ter hoogte zijn van de hielen van de imam, of iets dergelijks. Dit is – zoals je ziet – in tegenspraak met deze authentieke overlevering.
En zo handelden ook sommige van de salaf. Imām Mālik heeft in zijn Muwaṭṭa’ (1/154) van Nāfi‘ overgeleverd dat hij zei:
“Ik stond achter ‘Abdullāh ibn ‘Umar in één van de gebeden, en er was niemand anders bij hem dan ik. ‘Abdullāh maakte met zijn hand een gebaar en plaatste mij naast hem (op gelijke hoogte).”
Daarna heeft hij (1/169–170) overgeleverd van ‘Ubaydullāh ibn ‘Abdillāh ibn ‘Utbah dat hij zei:
“Ik ging binnen bij ‘Umar ibn al-Khaṭṭāb tijdens de hitte van de middag en ik trof hem aan terwijl hij aan het bidden was. Ik ging achter hem staan, maar hij trok mij dichterbij totdat hij mij naast hem (op gelijke hoogte) aan zijn rechterkant zette. Toen daarna Yarfa’ (de dienaar) kwam, ging ik naar achteren en vormden wij samen een rij achter hem.”
Bron: Silsilat al-Aḥādīth aṣ-Ṣaḥīḥah nr. 2590
السنة أن يقتدي المصلي مع الإمام عن يمينه محاذياً له – 2590
ابن عباس قال: ” أتيت رسول الله صلى الله عليه وسلم [وهو يصلي من آخر الليل] فصليت خلفه، فأخذ بيدي فجرني فجعلني حذاءه،
فلما أقبل رسول الله صلى الله عليه وسلم على صلاته خنست، فصلى رسول الله صلى الله عليه وسلم، فلما انصرف قال لي: ” ما شأني (وفي رواية: ما لك) أجعلك حذائي فتخنس؟! “.
فقلت: يا رسول الله! أو ينبغي لأحد أن يصلي حذاءك، وأنت رسول الله الذي أعطاك الله، قال: فأعجبته، فدعا الله لي أن يزيدني علما وفهما، زاد أحمد: ” قال: ثم رأيت رسول الله صلى الله عليه وسلم نام حتى سمعته ينفخ، ثم أتاه بلال فقال: يا رسول الله! الصلاة. فقام فصلى ما أعاد وضوءا “.
وقال الحاكم: ” صحيح على شرط الشيخين ” ووافقه الذهبي، وهو كما قالا
وفيه فائدة فقهية هامة، قد لا توجد في كثير من الكتب الفقهية، بل في بعضها ما يخالفها، وهي: أن السنة أن يقتدي المصلي مع الإمام عن يمينه وحذاءه، غير متقدم عليه، ولا متأخر عنه، خلافا لما في بعض المذاهب أنه ينبغي أن يتأخر عن الإمام قليلا بحيث يجعل أصابع رجله حذاء عقبي الإمام، أو نحوه، وهذا كما ترى خلاف هذا الحديث الصحيح،
وبه عمل بعض السلف، فقد روى الإمام مالك في ” موطئه ” (1 / 154) عن نافع أنه قال: ” قمت وراء عبد الله بن عمر في صلاة من الصلوات وليس معه أحد غيري، فخالف عبد الله بيده، فجعلني حذاءه “. ثم روى (1 / 169 – 170) عن عبيد الله بن عبد الله بن عتبة أنه قال: دخلت على عمر بن الخطاب بالهاجرة، فوجدته يسبح ، فقمت وراءه، فقربني حتى جعلني حذاءه عن يمينه، فلما جاء (يرفأ) تأخرت فصففنا وراءه.
