Vraagsteller:
Edele sheikh, deze persoon wil een ‘umrah voor zichzelf verrichten en hij wil ook een ‘umrah doen namens zijn vader. Als hij zijn eigen ‘umrah volledig heeft uitgevoerd, moet hij dan opnieuw terugkeren naar de mīqāt en daar de iḥrām-toestand aannemen namens zijn vader, of de intentie aannemen namens zijn vader?
Shaykh Moḥammed b. Ṣāliḥ al-‘Uthaymīn:
Wij zijn van mening dat de ‘umrah niet herhaald dient te worden (tijdens dezelfde reis), en dat een persoon, wanneer hij de eerste ‘umrah heeft verricht, deze niet opnieuw vanuit Mekka herhaalt. Want dit is niet overgeleverd van de Profeet ﷺ noch van de metgezellen, en het was bij hen niet bekend. Voor zover wij weten is dit alleen gebeurd in een specifieke situatie, namelijk in de zaak van ‘Āishah – moge Allāh tevreden met haar zijn.
Zij was voor de ‘umrah in iḥrām-toestand gegaan tijdens de afscheidsbedevaart (Ḥajjat al-Wadā‘), en onderweg kreeg zij haar menstruatie. De Profeet ﷺ kwam bij haar terwijl zij huilde en hij zei: “Wat is er met je? Ben je soms ongesteld geworden?” Zij zei: “Ja.” Hij zei tegen haar: “Dit is iets dat Allāh heeft voorgeschreven voor de dochters van Ādam.” Daarna gaf hij haar de opdracht om voor de ḥadj in ihrām-toestand te gaan. Dat betekent dat zij haar ḥadj moest toevoegen aan haar [al begonnen] ‘umrah, zodat beide samen één vorm zouden worden (qirān). De handelingen van de ḥadj zouden dan tegelijk tellen voor zowel haar ḥadj als haar ‘umrah. En hij zei tegen haar: “Jouw tawāf rondom het Huis (de Ka‘bah) en jouw sa‘y tussen Ṣafā en Marwah volstaan voor jouw ḥadj en jouw ‘umrah.”
Maar toen de ḥadj voltooid was, vroeg zij – moge Allāh tevreden met haar zijn – aan de Profeet ﷺ om een ‘umrah te verrichten. Zij zei: “De mensen keren terug met een ḥadj én een ‘umrah, en ik keer slechts terug met een ḥadj?” Toen hij ﷺ zag dat haar hart niet tevreden zou zijn behalve daarmee, stond hij haar toe om naar Tan‘īm te gaan om van daaruit een ‘umrah te verrichten. Hij stuurde haar broer ‘Abd al-Raḥmān ibn Abī Bakr – moge Allāh tevreden met hem zijn – met haar mee. ‘Abd al-Raḥmān ging echter niet in iḥrām-toestand voor een ‘umrah — dit duidt erop dat het herhalen van de ‘umrah bij hen niet bekend was. Anders zou dit voor ‘Abd al-Raḥmān ibn Abī Bakr een gelegenheid zijn geweest om in iḥrām-toestand te gaan voor een (andere) ‘umrah.
Wij zeggen daarom: als er een situatie voorkomt die lijkt op de situatie van ‘Āishah – moge Allāh tevreden met haar zijn – en de vrouw is niet gerustgesteld tenzij zij na de ḥadj een ‘umrah verricht, dan geven wij hiervoor toestemming, omdat de Profeet ﷺ hiervoor toestemming gaf. Maar buiten dit geval is er niets overgeleverd van de Profeet ﷺ noch van zijn metgezellen dat zij uitgingen naar Tan‘īm om van daaruit een (andere) ‘umrah te verrichten.
En de Profeet ﷺ zelf – ondanks zijn grote ijver voor het goede en de aanbidding – verbleef in het jaar van de verovering (al-Fatḥ) negentien dagen in Mekka, deels in Ramadān en deels na Ramadān, en toch verrichtte hij geen ‘umrah, terwijl dit voor hem heel gemakkelijk was.
Daarom zijn wij van mening dat de ‘umrah niet herhaald wordt binnen één reis, en dat een persoon zich beperkt tot de eerste ‘umrah waarmee hij is aangekomen. Vervolgens, als hij zijn vader, moeder of iemand anders van nut wil zijn, laat hij dan voor hen du‘ā’ (smeekbeden) verrichten. Want du‘ā’ is beter dan het verrichten van ‘umrah of ḥadj namens hen, zoals blijkt uit het woord van de Profeet ﷺ: “Wanneer de mens sterft, houden zijn daden op, behalve drie: een voortdurende liefdadigheid (ṣadaqah), kennis waarvan men profiteert, of een rechtschapen kind dat voor hem du‘ā’ verricht.” Hij zei niet: “of een rechtschapen kind dat een rechtschapen handeling voor de overledene uitvoert.” Hij zei juist: “of een rechtschapen kind dat voor hem du‘ā verricht.” Zo wees de Profeet ﷺ het kind dus op het verrichten van du‘ā voor zijn vader, en niet op het uitvoeren van daden van aanbidding namens hem.
Bron: https://www.youtube.com/watch?v=VB1bLxezKZw (Tags: umra, omrah, omra, 3omra, 3omrah, 3umra, 3umrah, umrah, ‘umrah, hajj, haj, bedevaart, herhalen, opnieuw doen, fatwa, oordeel, toegestaan)
