Het oordeel over het vragen van voorspraak aan de Profeet ﷺ of andere overledenen

Leestijd: 2 min

Vraag:

Veel mensen zeggen: “Geef ons voorspraak (shafā‘ah), O Moḥammed.” Is dit shirk (afgoderij)? En als het shirk is, wat moeten ze dan zeggen?

Antwoord van Shaykh ibn Bāz:

Het is niet toegestaan om de Profeet of andere overledenen om voorspraak (shafā‘ah) te vragen. Het is een grote vorm van shirk volgens de geleerden, omdat de Profeet ﷺ — nadat hij gestorven is — niets meer bezit. Allāh zegt (in de Koran): {Zeg: “Aan Allāh behoort alle voorspraak.”} (39:44)

De voorspraak (shafā‘ah) behoort Hem alleen toe. De Profeet en anderen die gestorven zijn, hebben na hun dood geen beschikking over voorspraak, noch over smeekbeden, noch over iets anders.

Wanneer iemand sterft, dan houdt zijn werk op, behalve in drie gevallen:

  1. Een doorlopende liefdadigheid,

  2. Kennis waar men baat bij heeft,

  3. Of een rechtschapen kind dat voor hem smeekt.

Er is slechts overgeleverd dat de gebeden op hem (ṣalawāt) aan hem worden voorgelegd. Daarom zei hij: Verricht ṣalāh over mij, want jullie ṣalāh bereikt mij, waar jullie ook zijn.”

Wat betreft de overlevering dat de daden aan hem worden voorgelegd — en dat wanneer hij daarin iets goeds aantreft, hij Allāh prijst, en wanneer hij daarin iets slechts aantreft, hij om vergeving voor ons vraagt — dit is een zwakke ḥadīth, die niet authentiek is overgeleverd van de Profeet . En al zou die ḥadīth wél authentiek zijn, dan nog is daarin geen bewijs dat wij hem om voorspraak mogen vragen.

Waar het om gaat is dat het vragen om voorspraak van de Profeet of van andere overledenen is niet toegestaan. Volgens de islamitische regels valt dit onder ash-shirk al-akbar (grote vorm van afgoderij), omdat men iets vraagt van een dode wat hij niet kan verrichten — net zoals wanneer men hem zou vragen om genezing van een zieke, of overwinning op vijanden, of hulp voor mensen in nood, of iets dergelijks. Al deze zaken behoren tot de vormen van grote shirk.

Er is geen verschil tussen het vragen hiervan aan de Profeet of aan Shaykh ‘Abdoel-Qādir (al-Jīlānī), of aan die-en-die, of aan al-Badawī, of al-Ḥoesayn, of anderen. Het vragen van dergelijke zaken aan overledenen is niet toegestaan, en valt onder de categorieën van shirk.

Wat men wél voor een overledene doet — als hij moslim was — is barmhartigheid voor hem vragen en voor hem bidden om vergeving en genade.

Wanneer een moslim de Profeet begroet (bij zijn graf), dan verricht hij de ṣalāh over hem en verricht hij smeekbeden voor hem. Maar om hem om hulp te vragen, of voorspraak, of overwinning op vijanden — dat alles is niet toegestaan. Dit behoort tot het gedrag van de mensen van de djāhiliyyah (onwetendheidstijd) en tot de daden van de polytheïsten. Daarom moet de moslim hiervoor op zijn hoede zijn.


Bron: binbaz.org.sa (Tags: fatwa,oordeel, shafa3ah, shafa’ah, voorspraak, bemiddeling, shirk, shafaa’ah, sjafa’ah)

Tags:
Aantal keer bekeken: 203
Heeft u een fout ontdekt in het artikel? Contacteer ons via contact@islamkennis.nl