Druk op Ctrl+P om af te drukken
of op te slaan als PDF

Een antwoord op een misvatting van Ahl al-Kitāb (joden en christenen)

Allāh zegt in Zijn Boek:

فَإِن كُنتَ فِي شَكٍّ مِّمَّا أَنزَلْنَا إِلَيْكَ فَاسْأَلِ الَّذِينَ يَقْرَءُونَ الْكِتَابَ مِن قَبْلِكَ ۚ لَقَدْ جَاءَكَ الْحَقُّ مِن رَّبِّكَ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ الْمُمْتَرِينَ

{Als jij in twijfel verkeert over wat Wij tot jou hebben neergezonden, vraag dan degenen die vóór jou de Schrift lazen. Voorzeker, de waarheid is tot jou gekomen van jouw Heer. Wees dus niet onder de twijfelaars.} (Sūrah Yūnus, 10:94)

Shaykh ‘Abd ar-Raḥmān ibn Nāṣir as-Sa‘dī zei in zijn tafsīr (uitleg) bij dit vers:

Allāh zegt tegen Zijn Profeet Moḥammed (): {Als jij in twijfel verkeert over wat Wij tot jou hebben neergezonden} — of het waar is of niet — {vraag dan degenen die vóór jou de Schrift lazen.} — dat wil zeggen: vraag de oprechte mensen van de Schrift (Ahl al-Kitāb) en de diepgeleerde geleerden (onder hen). Zij zullen bevestigen dat wat jij hebt verkondigd waar is en overeenkomt met wat zij in hun boeken hebben.

Iemand zou kunnen zeggen: “Veel mensen van de Schrift — Joden en Christenen, misschien zelfs de meesten van hen — hebben de Boodschapper van Allāh geloochend, zich tegen hem verzet en zijn oproep afgewezen. Toch heeft Allāh de Profeet opgedragen om hun getuigenis als bewijs te gebruiken, en heeft Hij hun getuigenis als bewijs voor de waarheid van zijn boodschap gemaakt — hoe kan dat dan kloppen?”

Het antwoord hierop bestaat uit meerdere punten:

  • Wanneer een getuigenis wordt toegeschreven aan een groep, een stroming, een volk, of iets dergelijks, dan geldt die getuigenis alleen voor de rechtvaardige en oprechte personen onder hen. Wat betreft degenen die niet zo zijnzelfs al zijn zij talrijker dan de rest — hun getuigenis telt niet, want getuigenis is gebaseerd op rechtvaardigheid en waarachtigheid. En dat is daadwerkelijk bevestigd doordat vele van hun vrome geleerden geloofden (en zich tot de Islam bekeerden) — zoals Abdullāh ibn Salām [en zijn metgezellen en velen die zich bekeerden in de tijd van de Profeet , zijn opvolgers en daarna], en ook Ka‘b al-Aḥbār en anderen.

  • Een ander punt is dat de getuigenis van de mensen van de Schrift over de Boodschapper gebaseerd is op hun eigen boek, de Tora, waarvan zij zichzelf rekenen tot de volgelingen ervan. Als er in de Tora iets aanwezig is dat overeenkomt met de Koran, het bevestigt en getuigt van zijn waarheid, dan zou zelfs als zij allen — van de eerste tot de laatste — het zouden ontkennen, dit niets afdoen aan wat de Boodschapper heeft gebracht.

  • Een ander punt is dat Allāh, de Verhevene, Zijn Boodschapper heeft bevolen om de mensen van de Schrift als getuigen aan te halen voor de juistheid van wat tot hem is gekomen. En hij (de Boodschapper) heeft dit openlijk en duidelijk bekendgemaakt voor iedereen.

    Het is bekend dat velen van hen tot de meest ijverige behoren in hun poging om de oproep van de Boodschapper Mohammed te weerleggen. Als zij iets in handen hadden waarmee zij konden tegenspreken wat Allāh heeft vermeld, zouden zij dat zeker hebben laten zien, openbaar hebben gemaakt en uitgelegd. Maar omdat er niets van dat alles is gebeurd, vormt het zwijgen van de tegenstanders en de erkenning van degenen die wel gehoor gaven een van de duidelijkste bewijzen voor de juistheid en waarachtigheid van deze Koran.

  • Een ander punt is dat niet de meerderheid van de mensen van de Schrift de oproep van de Boodschapper verwierp — integendeel, de meesten van hen gaven er gehoor aan en onderwierpen zich vrijwillig en uit eigen wil.

    Toen de Boodschapper werd gezonden, behoorden de meeste godsdienstige mensen op aarde tot de mensen van de Schrift (Ahl al-Kitāb). Zijn religie verspreidde zich in korte tijd, totdat de meerderheid van de mensen in ash-Shām (de Levant; het historische Groot-Syrië), Egypte, Irak en de omringende landen — de kerngebieden van de mensen van de Schrift — zich tot de islam had bekeerd. Alleen de machthebbers bleven over, die hun positie verkozen boven de waarheid, samen met de onwetende massa die hen volgde, en degenen die slechts in naam hun religie aanhingen zonder echte overtuiging of naleving, zoals de Franken (Europeanen), die in werkelijkheid goddeloze materialisten waren die zich hadden losgemaakt van alle religies van de profeten. Hun toeschrijving aan het christendom is enkel bedoeld om hun koninkrijken te versterken en hun valsheid te verbergen — zoals duidelijk blijkt voor wie hun duidelijke en zichtbare toestand kent.

Vervolgens zegt Allāh in het vers (Sūrah Yūnus, 10:94): {Voorzeker, de waarheid is tot jou gekomen…}oftewel: de waarheid waarover geen enkele twijfel bestaat. Daarom zegt Hij: {… van jouw Heer. Wees dus niet onder de twijfelaars.} — en dit is net als Zijn Uitspraak: {(Dit is) een Boek dat aan jou (O Moḥammed ) neergezonden is, laat er daarom geen bedruktheid in jouw borst zijn vanwege deze (Koran).} ( Sūrah al-A‘rāf, 7:2)


Bron: Tafsīr as-Sa‘dī bij vers 94 uit Sūrah Yūnus (link)