Grootgeleerde Shaykh Ṣāliḥ ibn ‘Abdel-‘Azīz Āle-sh-Shaykh:
Er wordt ook opgemerkt bij de qunūt smeekbede (tijdens het witr gebed) dat men beschrijvende vertellingen (waṣf) moet vermijden. Een aantal geleerden heeft gezegd dat wanneer iemand zijn smeekbede in het gebed verandert in een beschrijving (waṣf), zijn gebed ongeldig wordt. Wat bedoelen we met ‘beschrijving’? Dat wil zeggen: iemand begint tijdens de qunūt in plaats van te smeken, dingen te beschrijven. Bijvoorbeeld: hij komt bij het onderwerp van de dood en begint dan te beschrijven hoe iemand sterft, of hij beschrijft het graf in vijf, zes, of zeven zinnen. En dit heeft geen verband met de smeekbede. Het is een overbodige beschrijving, toegevoegd aan de du‘ā’ (smeekbede), en maakt er geen deel van uit.
Een groep van geleerden heeft gezegd dat als iemand met opzet beschrijvingen toevoegt aan zijn smeekbede, zijn gebed ongeldig wordt — omdat het gebed bedoeld is voor smeekbeden, niet voor beschrijvingen. Wat als mensen achter hem ‘āmīn’ gaan zeggen? Wat als zijn bedoeling met deze beschrijvingen is om van de qunūt een preek/vermaning te maken? Dan is zonder twijfel zijn gebed in gevaar!
Qunūt is geen preek- of vermaningsmoment. Qunūt is een vorm van aanbidding waarin gesmeekt wordt. Allāh zei: {En jullie Heer zei: Roep Mij aan, dan zal Ik jullie verhoren.} (40:60) En van de Profeet ﷺ is authentiek overgeleverd dat hij zei: “De du‘ā’ is de aanbidding.”
Dus als iemand de bedoeling heeft dat de qunūt een preek/vermaning wordt, of een vorm van opwekken van emoties, of het uitlokken van tranen — en dat is zijn doel met de du‘ā’ — dus dat het een preek of vermaning moet zijn, of dat het mensen moet aanmoedigen of iets dergelijks, dan brengt hij volgens een groep geleerden zijn gebed in gevaar dat het ongeldig wordt.
Du‘ā’ bevat nederigheid, het vermelden van wat men van Allāh verlangt, en onderwerping. Maar preken hoort hier niet thuis. Het gebed is niet het moment voor een preek. Preken horen in de vrijdagpreek (khuṭbah), in lezingen en toespraken. Qunūt is geen plaats voor preken.
Het is ook verplicht dat de imām en de mu’adhdhin (de oproeper tot het gebed) hierin samenwerken en elkaar hierin attenderen. Evenzo behoren de aanwezige gelovigen, wanneer zij zien dat de imām de du‘ā’ van zijn doel afleidt — naar preken, beschrijven, opwekken van emoties of iets dergelijks — te beseffen dat hij de du‘ā’ uit zijn juiste plaats heeft gehaald.
De qunūt van het witr-gebed is niet zoals de qunūt tijdens rampen (nawāzil); dit heeft zijn eigen regelgeving, en dat ook.
Bron: audio (Tags: dua, du’a, du3a, doe3a, doe’a, doea, qunut, qunoot, qonoet, qonoot, witr, tarawih, taraweeh, taraaweeh, taraawih)
