Druk op Ctrl+P om af te drukken
of op te slaan als PDF

De regels van menstruatie, istiḥādah (onregelmatig bloedverlies) en kraambloeding

De grote geleerde Shaykh Ṣāliḥ al-Fawzān schreef in zijn boek “al-Moelakhaṣ al-Fiqhī”:

[Hoofdstuk over de regels van menstruatie en kraambloeding]

[Ten eerste: Menstruatie en de bijbehorende regels]

Allāh zegt: {En zij vragen jou over de menstruatie. Zeg: Dat is schadelijk. Vermijd daarom [geslachtsgemeenschap met] de vrouwen op de plek van [of: tijdens] de menstruatie. En kom niet tot hen, totdat ze rein zijn. Nadat zij zich reinigen, kom dan tot hen van waar Allāh jullie heeft bevolen. Voorwaar, Allāh houdt van de berouwvollen en Hij houdt van degenen die zich reinigen.} (2:222)

Menstruatie (ḥayḍ) is een natuurlijke en aangeboren bloeding die voortkomt uit de diepte van de baarmoeder op bepaalde bekende tijden. Allāh heeft deze bloeding geschapen met een wijsheid: het is bedoeld als voeding voor het kind in de buik van zijn moeder, vanwege zijn behoefte aan voedsel. Als het kind immers in de baarmoeder zou delen in het voedsel van de moeder, zou haar kracht verzwakken. Daarom heeft Allāh deze voeding speciaal voor hem gemaakt.

Om deze reden menstrueert een zwangere vrouw zelden. En wanneer zij bevalt, verandert Allāh dit bloed in melk die uit haar borsten stroomt, zodat haar kind daarmee gevoed kan worden. Daarom komt het ook zelden voor dat een zogende vrouw menstrueert.

Wanneer een vrouw geen zwangerschap of borstvoeding heeft, dan heeft het bloed geen uitweg meer en hoopt het zich op in een deel van haar baarmoeder, waarna het doorgaans maandelijks vrijkomt — meestal zes of zeven dagen, hoewel het ook langer of korter kan duren. De lengte van haar menstruatiecyclus kan variëren afhankelijk van de natuurlijke aanleg die Allāh haar gegeven heeft.

Voor de menstruerende vrouw gelden er tijdens haar menstruatie en aan het einde ervan gedetailleerde regels die zijn overgeleverd in de Koran en de Soennah.

1) Tot deze regels behoort: dat de menstruerende vrouw geen gebed verricht en niet vast tijdens haar menstruatie. De Profeet () zei tegen Fāṭimah bint Abī Ḥoebaysh: “Wanneer de menstruatie begint, laat dan het gebed achterwege.” (al-Boekhāri & Moeslim)

Dus als een vrouw zou vasten of het gebed zou verrichten tijdens haar menstruatie, dan is dat niet geldig — want de Profeet heeft dat verboden voor haar, en een verbod duidt op ongeldigheid. Sterker nog: als zij dat toch doet, dan is zij daarmee ongehoorzaam aan Allāh en Zijn Boodschapper.

2) Wanneer een vrouw gereinigd is van haar menstruatie, dan moet zij het vasten inhalen, maar niet het gebed, en hierover bestaat consensus onder de geleerden.

‘Āishah (moge Allāh tevreden met haar zijn) zei: “Wij menstrueerden in de tijd van de Boodschapper van Allāh (), en wij kregen de opdracht om het vasten in te halen, maar niet om het gebed in te halen.” (al-Boekhāri & Moeslim)

3) Tot de andere regels voor een menstruerende vrouw behoren:

  • Zij mag de tawāf (rondgang) om de Ka‘bah niet verrichten.

  • Zij mag de Koran niet reciteren.

  • Zij mag niet in de moskee gaan zitten.

  • Het is voor haar echtgenoot verboden om geslachtsgemeenschap met haar te hebben via het geslachtsdeel, totdat haar menstruatie is gestopt en zij de grote rituele wassing (ghoesl) heeft verricht.

Allāh zegt: {En zij vragen jou over de menstruatie. Zeg: Dat is schadelijk. Vermijd daarom [geslachtsgemeenschap met] de vrouwen op de plek van [of: tijdens] de menstruatie. En kom niet tot hen, totdat ze rein zijn. Nadat zij zich reinigen, kom dan tot hen van waar Allāh jullie heeft bevolen. Voorwaar, Allāh houdt van de berouwvollen en Hij houdt van degenen die zich reinigen.} (2:222) De betekenis van het vermijden [van de vrouwen] is: het nalaten van geslachtsgemeenschap.

De Profeet zei: “Doe alles met haar behalve geslachtsgemeenschap.” (Moeslim, Aḥmed, Aboe Dāwoed, at-Tirmidhī, an-Nasā’ī, ibn Mādjah)

4) Het is toegestaan voor de echtgenoot van een menstruerende vrouw om van haar te genieten op andere manieren dan geslachtsgemeenschap via het geslachtsdeel — zoals door haar te kussen, aan te raken en dergelijke vormen van genegenheid.

5) Het is niet toegestaan voor de echtgenoot om haar te scheiden terwijl zij in haar menstruatie is.

Allāh de Verhevene zegt: {O Profeet! Wanneer jullie de vrouwen willen scheiden, scheidt hen dan met inachtneming van hun ‘iddah (wachtperiode).} (65:1) — dat wil zeggen: wanneer zij rein zijn (niet-menstrueerend) en er geen geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden tijdens die periode van reinheid.

De Profeet beval degene die zijn vrouw had gescheiden terwijl zij in haar menstruatie was, om haar terug te nemen, en daarna — indien hij alsnog wilde scheiden — om haar te scheiden in een periode van reinheid waarin hij geen geslachtsgemeenschap met haar had gehad.

Reinheid (ṭohr) treedt in wanneer het bloed stopt met vloeien. Dus wanneer het menstruatiebloed ophoudt, dan is de vrouw rein geworden en is haar menstruatieperiode afgelopen. Vanaf dat moment is het voor haar verplicht om de grote rituele wassing (ghoesl) te verrichten. Daarna mag zij weer doen wat haar tijdens de menstruatie verboden was.

Als zij na het intreden van de reinheid nog wat koedrah (troebele, bruinachtige afscheiding) of ṣoefrah (gele afscheiding) ziet, dan hoeft zij daar geen rekening mee te houden, gebaseerd op de uitspraak van Oemm ‘Aṭiyyah (moge Allāh tevreden met haar zijn): “Wij beschouwden de koedrah en ṣoefrah (na de reinheid) als niets.” (Overgeleverd door al-Boekhāri en anderen)

Belangrijke opmerking: Als een menstruerende vrouw of vrouw met kraambloeding (nifās) rein wordt vóór zonsondergang, dan moet zij zowel het Ẓohr- als het ‘Aṣr-gebed van die dag verrichten. En als zij rein wordt vóór het aanbreken van de dageraad (fadjr), dan moet zij zowel het Maghrib- als het ‘Ishā’-gebed van die nacht verrichten. Dit komt omdat de tijd van het tweede gebed in bepaalde gevallen ook geldt als tijd voor het eerste gebed bij een geldig excuus.

Shaykh al-Islām Ibn Taymiyyah (moge Allāh hem genadig zijn) zei in Madjmoe‘ al-Fatāwā:

“Daarom is het zo dat de meerderheid van de geleerden, zoals Mālik, ash-Shāfi‘ī en Aḥmed, van mening is dat als een vrouw aan het eind van de dag (vóór zonsondergang) rein wordt, zij zowel het Ẓohr- als het ‘Aṣr-gebed verricht. En als zij aan het eind van de nacht (vóór fadjr) rein wordt, dan verricht zij zowel het Maghrib- als het ‘Ishā’-gebed. Dit is ook overgeleverd van ‘Abd ar-Raḥmān ibn ‘Awf, Aboe Hoerayrah en Ibn ‘Abbās. Dit omdat bij een geldig excuus de gebedstijd als ‘gedeeld’ tussen de twee gebeden wordt beschouwd. Als zij dus aan het eind van de dag rein wordt, dan is de tijd van het Ẓohr-gebed nog steeds geldig — dus verricht zij het vóór het ‘Aṣr-gebed. En als zij aan het eind van de nacht rein wordt, dan is de tijd van het Maghrib-gebed nog steeds geldig in geval van een excuus, dus verricht zij het vóór het ‘Ishā’-gebed.” — Einde citaat.

Als de tijd van een gebed is aangebroken, maar een vrouw vervolgens menstrueert of kraambloeding heeft vóórdat zij het gebed verricht, dan is volgens de sterkste mening niet verplicht dat zij dat gebed later inhaalt.

Shaykh al-Islām Ibn Taymiyyah (moge Allāh hem genadig zijn) zei hierover in Madjmoe‘ al-Fatāwā:

“De sterkste mening op basis van het bewijs is die van Aboe Ḥanīfah en Mālik: dat het haar niet verplicht is om het gebed in te halen. Want het inhalen (qaḍā’) van een gebed is alleen verplicht op basis van een nieuw bevel, en er is hier geen bevel dat haar verplicht om het gebed in te halen. Bovendien heeft zij het gebed uitgesteld op een wijze die door de Sharī‘ah is toegestaan, dus zij is geen nalatige. Wat betreft iemand die slaapt of het gebed vergeet: ook al is hij niet nalatig, wat hij doet wordt geen inhalen genoemd, maar dat moment wordt voor hem beschouwd als de gebedstijd, op het moment dat hij wakker wordt of zich herinnert.” — Einde citaat.

[Ten tweede: Istihāḍah en de bijbehorende regels]

Istihāḍah is onregelmatig vaginaal bloedverlies buiten de normale menstruatieperiode, afkomstig uit een ader die al-ādhil wordt genoemd.

De situatie van een vrouw met istihāḍah is problematisch, omdat het menstruatiebloed moeilijk te onderscheiden is van het bloed van istihāḍah. Als het bloed voortdurend of het grootste deel van de tijd uit haar komt, wat moet zij dan beschouwen als menstruatie, en wat moet zij beschouwen als istihāḍah waarbij zij het vasten en het gebed niet hoeft te laten? Want voor een vrouw met istihāḍah gelden de regels van de vrouwen die in staat van reinheid zijn.

Op basis daarvan heeft de vrouw met istihāḍah drie situaties:

De eerste situatie:

Dat zij vóórdat zij met istihāḍah te maken kreeg een bekende, vaste menstruatiecyclus had; bijvoorbeeld dat zij vóór de istihāḍah gewoonlijk vijf of acht dagen menstrueerde, aan het begin of in het midden van de maand, en zij dus het aantal dagen en de timing ervan kende. In dit geval stopt zij gedurende haar gebruikelijke menstruatieperiode met bidden en vasten, en deze dagen worden als menstruatie beschouwd, met alle bijbehorende regels. Wanneer haar gebruikelijke periode eindigt, verricht zij de grote wassing (ghoesl), begint weer met het gebed en beschouwt het resterende bloed als istihāḍah-bloed.

Dit is gebaseerd op de woorden van de Profeet tegen Oemm Ḥabībah: “Houd je weg (van het gebed) gedurende de tijd dat jouw menstruatie je normaal gesproken verhindert, en verricht dan de ghoesl en bid.” (overgeleverd door Moeslim)

En ook zijn uitspraak tegen Fāṭimah bint Abī Ḥoebaysh: “Het is slechts (bloed van) een ader, het is geen menstruatie. Wanneer je menstruatieperiode komt, laat dan het gebed achterwege..” (overgeleverd door al-Boekhārī en Muslim)

De tweede situatie:

Als zij geen bekende, vaste menstruatiecyclus heeft, maar haar bloed zich onderscheidt in kenmerken: een deel ervan heeft de kenmerken van menstruatiebloed — dus dat het zwart is, dik is, of een geur heeft — terwijl de rest van het bloed deze kenmerken niet heeft, dus dat het rood is zonder geur en niet dik is.

In dit geval beschouwt zij het bloed dat de kenmerken van menstruatie heeft als menstruatiebloed. Tijdens die dagen verricht zij geen gebed en vast ze niet. De rest van het bloed wordt als istihāḍah beschouwd. Aan het einde van de periode waarin het bloed de kenmerken van menstruatie heeft, verricht zij de grote wassing (ghoesl), begint weer met het gebed en vasten, en wordt dan als rein beschouwd.

Dit is gebaseerd op de woorden van de Profeet tegen Fāṭimah bint Abī Ḥoebaysh: “Als het menstruatiebloed is, dan is het zwart en herkenbaar; laat dan het gebed achterwege. Maar als het andere (bloed) is, verricht dan de wodoe en bid.” (overgeleverd door Aboe Dāwoed en an-Nasā’ī, en als authentiek verklaard door Ibn Ḥibbān en al-Ḥākim)

Hieruit blijkt dat een vrouw met istihāḍah moet letten op de kenmerken van het bloed en daarmee onderscheid maakt tussen menstruatie en istihāḍah.

De derde situatie:

Als een vrouw geen vaste menstruatiecyclus heeft en ook geen kenmerken kan onderscheiden waarmee zij menstruatie van istihāḍah kan onderscheiden, dan beschouwt zij zes of zeven dagen per maand als haar menstruatieperiode, omdat dit de gewoonte is van de meeste vrouwen.

Dit is gebaseerd op de woorden van de Profeet tegen Ḥamnah bint Jaḥsh: “Het is slechts een slag van de duivel. Dus neem zes of zeven dagen in acht als menstruatie en verricht daarna de ghoesl. Wanneer je weer rein bent, bid dan vierentwintig of drieëntwintig dagen, en vast en bid. Dat is voldoende voor jou. Doe zoals andere vrouwen hun menstruatie doen.” (overgeleverd door Aboe Dāwoed, at-Tirmidhī, al-Nasā’ī, Ibn Mādjah en Aḥmed, en als authentiek verklaard door at-Tirmidhī)

Samenvattend uit het voorgaande:

Een vrouw met istihāḍah handelt als volgt:
– De vrouw met een vaste, stabiele menstruatiecyclus keert terug naar haar gewoonte.
– De vrouw die het bloed kan onderscheiden, handelt volgens het onderscheid.
– De vrouw die geen van beide heeft (geen gewoonlijke cyclus en geen onderscheid) neemt zes of zeven dagen per maand in acht als menstruatie.

Hiermee zijn de drie verschillende profetische richtlijnen over vrouwen met istihāḍah met elkaar verenigd.

Wat verplicht is voor een vrouw met istihāḍah wanneer zij als rein wordt beschouwd:
  1. Zij moet de ghoesl (grote wassing) verrichten aan het einde van de menstruatieperiode die voor haar als geldig wordt beschouwd, volgens de uitleg die eerder gegeven is.

  2. Bij elk gebed moet zij het volgende doen:

    • Zij wast haar geslachtsdeel om het bloed dat naar buiten is gekomen te verwijderen.

    • Zij plaatst een watje, verband of iets dergelijks in de opening (vagina) om het bloed tegen te houden. Vervolgens bindt ze er iets omheen zodat het op zijn plaats blijft en niet uitvalt.

    • Daarna verricht zij de wodoe wanneer de gebedstijd is ingegaan – dus voor elke gebedstijd opnieuw.

Dit is gebaseerd op de uitspraak van de Profeet over de vrouw met istihāḍah: “Zij laat het gebed achterwege tijdens haar gebruikelijke menstruatiedagen. Daarna verricht zij de ghoesl en verricht zij de wodoe voor elk gebed.” (overgeleverd door Aboe Dāwoed, Ibn Mādjah en at-Tirmidhī, die zei: “ḥadīth ḥasan”)

En hij zei ook: “Ik raad je aan al-koersoef te gebruiken; want het verwijdert (absorbeert) het bloed.” Al-koersoef is katoen, en tegenwoordig kan men ook gebruikmaken van medische maandverbanden of inlegkruisjes.

[Ten derde: Nifās (kraambloeding) en de bijbehorende regels]

Nifās (kraambloeding of bloedverlies na bevalling) is vergelijkbaar met ḥayḍ (menstruatie) in de volgende zaken:

Wat is toegestaan tijdens nifās: zoals het genieten van haar (de vrouw in nifās) op manieren buiten geslachtsgemeenschap, net als bij menstruatie.

Wat verboden is tijdens nifās: zoals:

  • Geslachtsgemeenschap via het geslachtsdeel,

  • Het vasten,

  • Het gebed,

  • Echtscheiding,

  • De tawāf (rond de Ka‘bah),

  • Het reciteren van de Koran,

  • En het verblijven in de moskee.

De verplichte ghoesl (grote wassing): Zodra het bloed van nifās stopt, is de vrouw verplicht om ghoesl te verrichten, net zoals bij het einde van de menstruatie.

Inhalen van het vasten: De vrouw in nifās moet het vasten dat zij gemist heeft inhalen, maar het gebed hoeft zij niet in te halen, net als de vrouw in menstruatie.

Nifās is het bloed dat de baarmoeder laat vloeien ter voorbereiding op de bevalling en erna. Het is het resterende bloed dat tijdens de zwangerschap in het lichaam was vastgehouden. Volgens de meerderheid van de geleerden is de maximale duur ervan veertig dagen.

At-Tirmidhī zei:

“De geleerden onder de metgezellen van de Profeet en degenen die na hen kwamen, zijn het er unaniem over eens dat de vrouw in nifās veertig dagen het gebed achterwege laat, tenzij zij vóór die tijd rein wordt. In dat geval verricht zij de ghoesl en bidt.” – einde citaat.

Dus: Als het nifās-bloed vóór de veertig dagen stopt, dan is haar nifās beëindigd. Zij moet dan de ghoesl verrichten, weer gaan bidden en alles hervatten wat haar eerder verboden was vanwege nifās.

Als een zwangere vrouw iets verliest (een miskraam) waarbij duidelijk menselijke kenmerken zichtbaar zijn, zoals een vorm of omtrek van een mens, en er bloed vrijkomt na het verlies, dan gelden voor haar de regels van een vrouw in nifās. De periode waarin de menselijke vorm tijdens de zwangerschap meestal zichtbaar wordt, is drie maanden, en het minimum waarop die vorm te onderscheiden is, is 81 dagen.

Maar als zij een klonter bloed (‘alaqah) of een stukje vlees (moḍghah) verliest waarin geen menselijke vorm te herkennen is, dan wordt het bloed dat daarna vrijkomt niet als nifās beschouwd. In dat geval laat zij het gebed en het vasten niet achterwege, en gelden voor haar niet de regels van nifās.

Belangrijke opmerking:

Er is hier een kwestie die onder de aandacht gebracht moet worden: sommige vrouwen nemen medicatie om de menstruatiebloeding tegen te houden, zodat zij bijvoorbeeld de maand Ramadan kunnen vasten of de ḥajj kunnen verrichten.

Als deze pillen het bloed slechts tijdelijk tegenhouden en de menstruatie alleen voor een bepaalde periode uitstellen, dan is het toegestaan om ze te gebruiken.

Maar als de pillen de menstruatie permanent stopzetten, dan is dat niet toegestaan, behalve met toestemming van de echtgenoot, omdat dit kan leiden tot het stoppen van de voortplanting.

Dit waren enkele beknopte regels met betrekking tot de menstruatie. We zijn er snel overheen gegaan, terwijl de details ervan veel tijd vergen. Maar wie iets hiervan – of van andere onderwerpen – niet goed begrijpt, dient de geleerden te raadplegen. Bij hen zal hij, inshā’ Allāh, datgene vinden wat zijn onduidelijkheid wegneemt. En Allāh is Degene Die succes schenkt.


Bron: al-Moelakhaṣ al-Fiqhī, deel 1, pg. 80 en verder (link) (Tags: hayd, 7ayd, istihada, istihaada, isti7adah, istihaadah, istihadah, vagina, bloed, baarmoeder, ongesteld, ongesteldheid, bevalling, zwangerschap, nifaas, nifas)