De grote geleerde Shaykh Ṣāliḥ al-Fawzān zei in zijn boek “al-Moelakhaṣ al-Fiqhī” [1]:
[Hoofdstuk: het Witr-gebed en de regels ervan]
Laten we nu beginnen met het bespreken van het Witr-gebed vanwege het belang ervan. Er is gezegd dat het Witr-gebed de meest benadrukte vrijwillige gebedsvorm is (ākad al-taṭawwoe‘). Sommige geleerden zijn zelfs van mening dat het verplicht is. En alles waarover men van mening verschilt of het verplicht is, is zekerder en belangrijker dan datgene waarover men het eens is dat het niet verplicht is.
De moslims zijn het erover eens dat het Witr-gebed wettelijk voorgeschreven is (mashroe‘), dus het behoort niet verlaten te worden. Wie er bewust op aandringt het te verlaten, diens getuigenis wordt niet geaccepteerd. Imām Aḥmad zei:
“Wie het Witr-gebed opzettelijk in de steek laat, is een slecht mens, en zijn getuigenis behoort niet aanvaard te worden.”
Aḥmed en Aboe Dāwoed hebben overgeleverd — in een overlevering die marfoe‘ is (toegeschreven aan de Profeet ﷺ):
“Wie geen Witr bidt, behoort niet tot ons.”
“Al-Witr” is een benaming voor één enkele rak‘ah (gebedseenheid) die losstaat van de rak‘ahs ervoor. Het woord Witr wordt ook gebruikt voor drie, vijf, zeven, negen of elf rak‘ahs wanneer deze achter elkaar gebeden worden met één enkele taslīm (vredesgroet aan het einde van het gebed).
Maar als deze rak‘ahs gebeden worden met twee of meer taslīms, dan verwijst het woord Witr alleen naar de afzonderlijke, laatste rak‘ah.
De tijd voor het Witr-gebed begint na het ‘Ishā’-gebed en blijft doorlopen tot het aanbreken van de dageraad (fadjr). In de twee Ṣaḥīḥs (al-Boekhārī & Moeslim) is overgeleverd van ‘Āishah (moge Allāh tevreden met haar zijn) dat zij zei:
“De Boodschapper van Allah heeft Witr gebeden gedurende alle delen van de nacht: aan het begin, in het midden en aan het einde ervan. Uiteindelijk verrichtte hij Witr gewoonlijk in het laatste deel van de nacht (bij het tijdstip van as-saḥar).”
Er zijn veel overleveringen die aantonen dat de hele nacht een tijd is waarin het Witr-gebed verricht kan worden, met uitzondering van de periode vóór het ‘Ishā’-gebed.
Wie erop vertrouwt dat hij zal opstaan in het laatste deel van de nacht, voor hem is het beter om het Witr-gebed uit te stellen tot het einde van de nacht. Maar wie niet zeker is dat hij zal opstaan in het laatste deel van de nacht, dan dient hij het Witr-gebed te verrichten vóór hij gaat slapen.
De Profeet ﷺ heeft hier ook toe aangespoord. Zo heeft Moeslim overgeleverd van Djābir (moge Allāh tevreden met hem zijn) dat de Profeet ﷺ zei:
“Wie van jullie bang is dat hij niet zal opstaan in het laatste deel van de nacht, laat hem dan het Witr-gebed verrichten en daarna gaan slapen. En wie erop vertrouwt dat hij in het laatste deel van de nacht zal opstaan, laat hem dan het Witr-gebed aan het einde van de nacht verrichten. Want het reciteren in het laatste deel van de nacht wordt bijgewoond (door de engelen), en dat is beter.”
Het minimale aantal rak‘ahs voor het Witr-gebed is één rak‘ah, op basis van overleveringen die dit bevestigen en die zijn vastgesteld van tien metgezellen van de Profeet (moge Allāh tevreden met hen zijn).
Maar het is beter om deze ene rak‘ah vooraf te laten gaan door een shaf‘-gebed (even aantal, zoals twee rak‘ahs).
Het maximale aantal rak‘ahs voor het Witr-gebed is elf of dertien rak‘ahs, die men bidt in sets van twee rak‘ahs (zoals in het nachtgebed), en dan afsluit met één enkele rak‘ah als Witr op het einde. Zoals ‘Āishah (moge Allāh tevreden met haar zijn) heeft gezegd:
“De Boodschapper van Allah ﷺ bad ’s nachts elf rak‘ahs, waarvan hij er één als Witr bad.” (Overgeleverd door Moeslim)
In een andere versie van de overlevering staat:
“Hij gaf de taslīm (vredesgroet) na elke twee rak‘ahs, en sloot af met één rak‘ah als Witr.”
Het is ook toegestaan om deze rak‘ahs achter elkaar te bidden zonder taslīm tussenin, totdat men na de tiende rak‘ah gaat neerzitten voor de tashahhoed, zonder de taslīm te zeggen, dan opstaat voor de elfde rak‘ah, daarna de tashahhoed zegt en afsluit met de taslīm.
Het is toegestaan om de rak‘ahs van het Witr-gebed achter elkaar te bidden zonder te gaan zitten (voor de tashahhoed), totdat men na de elfde rak‘ah gaat zitten, de tashahhoed verricht, en afsluit met de taslīm. Maar de eerste manier is de betere vorm.
Het is ook toegestaan om Witr te bidden met negen rak‘ahs: Men bidt er dan acht achter elkaar, vervolgens gaat men na de achtste rak‘ah zitten en verricht de eerste tashahhoed zonder de taslīm te zeggen. Dan staat men op voor de negende rak‘ah, verricht de laatste tashahhoed en sluit af met de taslīm.
Ook mag men Witr bidden met zeven of vijf rak‘ahs zonder tussen de rak‘ahs te zitten (voor de tashahhoed), behalve aan het einde, waar men de tashahhoed verricht en afsluit met de taslīm. Zoals Oemm Salamah (moge Allāh tevreden met haar zijn) heeft gezegd:
“De Boodschapper van Allah ﷺ verrichtte het Witr-gebed met zeven of vijf (rak‘ahs), zonder ertussen de taslīm of enig gesproken woord uit te spreken.”
Het is toegestaan om Witr te verrichten met drie rak‘ahs: men bidt dan twee rak‘ahs en sluit af met de taslīm, en daarna bidt men de derde rak‘ah apart. Het is aanbevolen om in de eerste rak‘ah te reciteren: Soerah al-A‘lā, in de tweede rak‘ah: Soerah al-Kāfiroen, en in de derde rak‘ah: Soerah al-Ikhlāṣ.
Uit het voorgaande blijkt dus dat je het Witr-gebed kunt verrichten met:
-
elf rak‘ahs,
-
dertien rak‘ahs,
-
negen rak‘ahs,
-
vijf rak‘ahs,
-
drie rak‘ahs,
-
of één enkele rak‘ah.
De volmaaktste vorm is elf rak‘ahs, het minimale niveau van volledigheid is drie rak‘ahs, en de minimale geldige vorm is één rak‘ah.
Het is aanbevolen om tijdens het Witr-gebed qonoet te verrichten, dit kan gedaan worden na de roekoe‘ (neerbuiging), waarbij je je handen omhoog heft en zegt: “Allāhoemma ihdinī fīman hadayt…” (“O Allāh, leid mij onder degenen die U hebt geleid…”) — enzovoort met de bekende overgeleverde smeekbede. [2]
